Anton's weblog

Nieuwe blog

17:51, Thursday 10 March 2011 .. 0 reacties .. Link
Zoals de trouwe lezers wellicht gemerkt hebben ben ik al maanden niet meer actief op deze weblog. De reden: omdat de webmaster er destijds een zooitje van maakte! Na meerdere malen te hebben aangegeven dat ik de opmaak niet kon opslaan en iedere reactie uitbleef, besloot om mijn blog elders onder te brengen. Je kunt voortaan terecht op http://agmous.blogspot.com. Ik hoop dat jullie op deze manier de weg naar mijn nieuwe blog weten te vinden en vele reacties achterlaten. Vaarwel blogsnel.nl!

Snel ff'tjes een nieuwe blog

14:04, Wednesday 21 July 2010 .. 0 reacties .. Link

Ditmaal snel ff een kort berichtje. Momenteel zijn mijn vrouw en ik hard bezig met de verhuizing van Nijmegen naar Tiel. Nou ja, niet zozeer de verhuizing. Die is gelukkig al achter de rug. Nu is het onze dankbare taak om alles een plekje te geven en schoon te maken. In vergelijking met het studentenappartementje is onze nieuwe woonruimte gigantisch: ongeveer 125 m². Dat is bijna 3x zo veel woongenot. En dat is nog exclusief onze zolder die ook nog enkele tientallen vierkante meters is. Eindelijk de ruimte om al onze spullen een plekje te geven :o)

Ik kan niet zeggen wanneer mijn volgende blog zal volgen. Op dit moment hebben we nog geen internetaansluiting in onze woning. Daarover moet ik nog een keer met de eigenaar praten. In de tussentijd kan ik gelukkig in de bibliotheek van Tiel terecht om te mailen. Ik ben dus gewoon bereikbaar voor iedereen, het kan alleen soms ff duren voordat ik reageer. Bellen werkt op dit moment het beste.

Wie weet de volgende keer een meer inhoudelijke blog.

Houd mijn blog dus goed in de gaten voor updates!




Kiezersbedrog: de eerste politieke draai van de PVV

12:03, Thursday 10 June 2010 .. 6 reacties .. Link

Wat een ongelooflijk spannende avond: een ware nek-aan-nek race tussen VVD en PvdA. Pas op het laatste moment werd duidelijk dat - met vrij grote zekerheid - gezegd kon worden dat de VVD de grootste partij is geworden. Alleen de stemmen van Nederlanders in overzeese gebieden moeten nog geteld worden en dan pas is de uitslag definitief, maar dat de VVD de grootste partij wordt lijkt een uitgemaakte zaak. Ik ga er dus van uit dat de Koningin zal adviseren dat Rutte (VVD) het voortouw mag nemen bij de aankomende formatie. Eén ding lijkt vast te staan: Rutte zal, gezien de complexiteit van de verkiezingsuitslag maar vooral vanwege de versplintering bij het electoraat, niet in staat zijn om vóór 1 juli een nieuw kabinet te formeren.

Grootste verrassing was niet zozeer de winst van de VVD, maar die van de PVV. Maar liefst 24 zetels: ik zag het niet aankomen. Ik discussies met vrienden verdedigde ik het standpunt dat de PVV niet verder zou komen dan 15 tot 18 zetels. Kennelijk is er nog steeds een groet groep kiezers die zich niet eerlijk durft uit te laten over zijn partijvoorkeur als het om de PVV gaat. Een grote discrepantie tussen wat men voor het stemhokje zegt en wat men uiteindelijk in het stemhokje aankruist.

Ik zie de PVV geen zitting nemen in de volgende coalitie. Voornaamste reden daarvoor is omdat zij geen Senatoren hebben in de Eerste Kamer. Als de regering wetgeving wil implementeren heeft ze zowel in de Tweede als de Eerste Kamer een meerderheid nodig. Als de PVV in de regering zou komen bestaat er een meerderheid in de Tweede Kamer, maar niet in de Senaat. Daar zou, bij ieder wetsvoorstel, opnieuw naar een parlementaire meerderheid gezocht moeten worden. En dat lijkt me geen wenselijk vooruitzicht of werkbare situatie gezien de uitdaging waar Nederland voor staat. En daarnaast vermoed ik dat de pleuris nog wel eens goed zou kunnen uitbreken binnen de PVV en dat hierdoor de vrees bij andere partijen bestaat dat de PVV geen stabiele coalitiepartner kan zijn. Dat ondervond Balkenende aan den lijve in zijn eerste kabinet dat vanwege de interne ruzies al na 87 dagen ten val kwam. Brinkman begeeft zich al op een hellend vlak, en wie weet hoeveel meer nieuwe 'dissidente' figuren Wilders heeft binnengehaald. Hij bleek al niet in staat om acht fractiemedewerkers in bedwang te houden, hoe wil hij dat gaan klaarspelen met drieëntwintig nieuwe leden?

Maar wat is die Wilders toch achterbaks. Stug blijven volhouden dat er niet getornd wordt aan de AOW-leeftijd, van meet af aan gezegd dat dit een "keihard breekpunt" in de formatieonderhandelingen zou zijn en dan ineens uit het luchtledige zeggen dat erover te praten valt. Vannacht zei hij in het slotdebat met Paul Witteman - waar alleen Wilders had aangesloten - dat hij daaraan zou vasthouden, omdat het anders kiezersbedrog zou zijn als hij dat niet deed. En het eerste wat hij doet, nog voordat de eerste vergadering van de nieuwe fractie begon, is met de aankondiging komen dat er over de verhoging van de AOW-leeftijd valt te praten. Schandalig, politiek ongeloofwaardig en bovenal puur kiezersbedrog! Er zullen gegarandeerd kiezers zijn die zich hierdoor 'genaaid' voelen door Wilders. Dat is zijn eerste politieke draai, hoeveel zullen er nog volgen? Er is nog een hele waslijst aan onderwerpen waarover flinke onenigheid bestaat met de PVV: het ontslagrecht, de WW-uitkeringsduur, de zorg, de kilometerheffing, de hypotheekrenteaftrek. Kunnen we bij deze issues ook een enorme draai verwachten van Wilders? Alsof hij, koste wat kost, regeringsverantwoordelijk wil dragen. Misschien een goed perspectief op de korte termijn, maar discutabel op de langere termijn. Op deze wijze verspeelt Wilders al zijn politieke geloofwaardigheid in een razendhoog tempo (niet dat ik daar bijzonder rauwig om zou zijn).

Ten slotte nog mijn waardering voor Balkenende. Hij heeft zijn politieke strijd gestreden en verloren. In mijn ogen had hij de handdoek al vóór de aanvang van de verkiezingscampagne in de ring moeten gooien, maar beter laat dan nooit zullen we maar. In mijn ogen de enige juiste beslissing gezien de verkiezingsuitslag.




Het politieke circus nadert zijn einde

12:39, Wednesday 9 June 2010 .. 0 reacties .. Link

Vandaag mogen we weer onze politieke voorkeur kenbaar maken. Hoewel ik politiek en verkiezingen in het bijzonder zeer boeiend vind, ben ik blij als dit circus weer achter de rug is. Als kiezer wordt je er helemaal mee doodgegooid.

De opiniepeilingen vormden iedere dag een belangrijk onderdeel van het nieuws. Hoewel politici vaak zeggen dat zij zich niet laten leiden door de peilingen, kan ik als politicoloog en 'ervaringsdeskundige' vertellen dat dit absoluut niet waar. Gedurende mijn stageperiode bij D66 in 2008 merkte ik dat de medewerkers vol enthousiasme en overgave aan het werk waren toen de partij er goed voor stond in de peilingen (rond de 14 zetels). Iedere maandag ging het over de peilingen en zag je - bij wijze van spreken - de glinsters in de ogen van de medewerkers als de partij weer een zetel in de peilingen waren gestegen en gingen ze met hernieuwde moed en nog meer overtuiging aan de slag. Niet alleen de medewerkers van het Landelijk Bureau (LB) maar ook de fractieleden en -medewerkers hielden de peilingen nauwlettend in de gaten. Tijdens een medewerkersoverleg vertelde een van de medewerkers dat Alexander Pechtold contact had opgenomen met het LB. Op korte termijn waren er gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente Bloemendaal en hij wilde dat de medewerkers zich hier "meer dan gemiddeld " mee zouden bezighouden. Daarmee bedoelde hij dat het LB niet alleen de gebruikelijke ondersteuning zou verlenen, maar dat het LB zich ook actief zou gaan bezighouden de verkiezingscampagne in Bloemendaal (dus niet alleen promotiemateriaal aanleveren maar ook uitdelen en actief campagne voeren). Normaliter zou het LB geen gehoor geven aan dit soort verzoeken, maar ditmaal werd er een uitzondering gemaakt. Waarom wilde Pechtold dat de medewerkers van het LB zich daar ‘meer dan gemiddeld’ mee bezighielden? Hij wilde aansturen op een klinkende overwinningszege in Bloemendaal. Een verkiezingsoverwinning moest namelijk aantonen dat de zetelwinst bij de opiniepeilingen van Maurice de Hond niet alleen virtuele winst was, maar dat de partij in staat was deze virtuele winst ook daadwerkelijk te verzilveren. Dan zou Pechtold een punt hebben waarop hij zich in het parlement en daarbuiten (lees: in de media) zou kunnen profileren. Zo gezegd, zo gedaan: de lokale afdeling verdriedubbelde na de gemeenteraadsverkiezingen en Pechtold laatte zich er geregeld over uit in diverse interviews en mediaoptredens. Een heel concreet voorbeeld dat politici zich wel degelijk laten leiden door opiniepeilingen. En bij andere partijen is dat niet anders.

Uiteraard was het politieke circus meer dan alleen opiniepeilingen. Dagelijks waren er tal van programma's en debatten waarin één of meerdere lijsttrekkers aan het woord waren en hun partijstandpunten en ideologische gedachtegoed verkondigden. En ditmaal niet alleen op de publieke omroep, maar eveneens bij de commerciële omroep met Frits Wester en Rick Nieman. Dat vond ik wel een aangename aanvulling. Maar op een gegeven moment was er sprake van een overkill  aan verkiezingsgerelateerde programma's: je kan vanaf een uur of zes de TV aanzetten en vervolgens bijna non stop tot middernacht doorgaan met kijken. En dat op dagelijkse basis.

Genoeg is genoeg. Vanaf morgen of overmorgen zal de normale programmering het weer overnemen van de verkiezingsprogrammering en mogen we weer vier jaar wachten. Tenzij het kabinet weer eens voortijdig ten val komt. Dan begint het politieke circus weer helemaal van voor af aan.

Wat je ook gaat stemmen vandaag, ik wens je er heel veel succes mee en hopelijk heeft je stem een levensduur van vier jaar.




Het 'sociale' gezicht van de SP (deel 3)

19:26, Wednesday 2 June 2010 .. 4 reacties .. Link

Dit zal mijn derde en laatste blog zijn over het 'sociale' gezicht van de SP. Wellicht dat ik er nog meer woorden aan zou kunnen wijden, maar dat geeft zowel voor mij als de lezer op een gegeven moment vervelen. Daarom ter afsluiting van dit topic nog enkele overwegingen.

In mijn vorige blog schreef ik dat de SP niet-werken beloont, hard werken afstraft en geen veelbelovend toekomstperspectief biedt. Naast de vele belastingverhogingen zijn er nog genoeg andere voorbeelden te noemen waaruit blijkt dat de SP eigenlijk helemaal niet zo sociaal is als ze zegt dat ze is. Ik zal er hier nog drie noemen.

In de eerste plaats is de SP een groot voorstander van het inkomensafhankelijk maken van diverse regelingen, zoals de kinderbijslag en de hypotheekrenteaftrek. In principe heb ik hier absoluut geen problemen mee en vind ik het sociaal om maatregelen te nemen waardoor belastinggeld terecht komt bij mensen die het goed kunnen gebruiken. Nu is het zo dat 20% van de Nederlandse beroepsbevolking - de meest welvarende 20% van werkend Nederland - 40% van de hypotheekrenteaftrek ontvangt. De rijksten hoeven wat mij betreft niet gesponsord te worden om hun dure koopwoning te kunnen betalen. Maar de SP schiet in mijn ogen te ver door als ze de boetebedragen voor verkeersovertredingen inkomensafhankelijk willen maken. Ik zal een voorbeeld schetsen. Ik ga er voor het gemak even van uit dat iemand die in een dure auto rijdt meer verdient dan iemand die in een oude auto rijdt. Iemand die in een oude Suzuki Alto rijdt zou voor een snelheidsovertreding minder betalen dan iemand die een Lamborghini Diablo rijdt voor dezelfde overtreding. Boetebedragen zijn vastgesteld door verkeersdeskundigen op basis van (situationele) gevaarzetting. Bij dezelfde snelheidsovertreding verandert er toch niets aan de gevaarzetting van de oude auto tegenover de dure auto? Wat de SP hiermee doet is klassenjustitie introduceren. Zeer onwenselijk en bovendien in strijd met onze grondwet. Wat is de volgende stap: de wegenbelasting inkomensafhankelijk maken? Lijkt me zeer onwenselijk en bovendien praktisch onhaalbaar.

Ook ten aanzien van het budget voor ontwikkelingshulp laat de SP haar 'sociale' gezicht zien. De partij wil het budget onveranderd handhaven op 0,8% van het BNP. Dat komt neer op zo'n 5 miljard euro per jaar. Hiermee leveren we samen met Zweden, Denemarken, Noorwegen en Luxemburg de grootste bijdragen aan ontwikkelingshulp. Daarop mag in mijn ogen wel eens bezuinigd worden. In 1970 hebben de OESO-leden met elkaar afgesproken om 0,7% van het BNP aan ontwikkelingshulp te spenderen, maar er zijn maar weinig landen die zich hier daadwerkelijk aan houden. Gemiddeld wordt er in Europa 0,56% van het BNP aan ontwikkelingshulp gespendeerd. Waarom moet Nederland hier zo ruimhartig boven dit gemiddelde zitten? Vooral in deze economisch toch al moeilijke tijden waar de overheid manieren zoekt om 30 miljard euro structureel te bezuinigen. En tevens vraag ik me af wat vijftig jaar ontwikkelingshulp heeft gedaan. In Afrika moet 40% van de bevolking met minder dan één dollar zien rond te komen, raakt er gemiddeld iedere 12 seconden iemand besmet met het hiv-virus en sterft er iedere 20 seconden iemand aan aids. Hoeveel 'beter' doen we het op dit gebied in vergelijking met enkele tientallen jaren geleden? En daarnaast is de vraag in hoeverre het geld van ontwikkelingshulp goed terecht komt. Dat wil zeggen, dat dit geld ten goede komt aan de bevolking en niet dient om de rijke leiders en dictators nog verder te verrijken. De WRR stelde in januari jl. voor om de vaste afdracht van 0,7% los te laten en het aantal landen dat ontwikkelingshulp ontvangt van veertig terug te brengen naar tien, maar deze adviezen hebben geen gehoor gevonden bij het huidige (demissionaire) kabinet. Waarom moet Nederland corrupte regimes financieel onderhouden terwijl er niet veel goeds gebeurt met ons geld? De SP - maar ook de PvdA - wil hardnekkig vasthouden aan de 0,7%-norm en zodoende corrupte en/of dictatoriale regimes in stand houden. Dat is nou pas solidariteit met je medemens, of niet soms?

En ten slotte toont de SP haar ware maoïstische gezicht daar iedere vorm van 'dissident gedrag' in de kiem te smoren. Daarvan zijn verschillende voorbeelden bekend. Onder het regime van 'heer en meester' Marijnissen was er geen enkele ruimte voor interne democratisering. Misschien is de SP vandaag een tikje democratischer geworden, maar dat is vooral voor de show. Het communistische principe dat de partijleider de koers van de partij bepaalt is nooit losgelaten. Enkele voorbeelden van de dictatoriale houding van de partijleiding: Senator Düzgün Yildirim moest van de partijbonzen zijn Senaatszetels opgeven maar toen hij dat weigerde werd hij geroyeerd, het Gelderse Statenlid Toine van Bergen moest vanwege zijn milieustandpunten het veld ruimen, vrijwilliger Harry Voss had onenigheid met de grote baas en besloot daarop te vertrekken (waarbij hij niet eens afscheid mocht nemen van zijn collega's op het partijkantoor), oud-partijbureaumedewerker André Jansen mocht na zijn hartaanval niet meer van de partijbestuur terugkeren omdat hij in het verleden wel eens 'onwelgevallige' dingen had gezegd en gedaan, Statenlid Hans de Boer die zich op een partijcongres tegenover Marijnissen had gekandideerd als kandidaat-partijvoorzitter en vervolgens door Marijnissen op het hoofd werd geslagen met een paraplu en werd uitgescholden, Marijnissen die eigenhandig een kritisch artikel uit het partijblad De Tribune liet verwijderen omdat het te kritisch zou zijn over de interne partijcultuur, en last but not least fractievoorzitter Agnes Kant die zich verschillende keren de huid heeft laten volschelden (soms tot huilens toe) door Marijnissen die - hoewel hij toen geen partijleider meer was - de touwtjes strak in handen had. 

Zowel op de voorgrond als op de achtergrond was (en is) Marijnissen heer en meester. Dit doet me sterk denken aan de PVV waar ook een dictatoriaal regime heerst. Brinkman heeft er verstandig aan gedaan om met zijn commentaar te wachten totdat de stemlijst definitief was ingediend. Gegarandeerd dat zijn opvattingen tegen het zere been van Wilders waren, maar gezien het feit dat de verkiezingen voor de deur staan kon hij niet anders dan zijn dissidente gedrag prijzen voor het oog van de camera. Maar ik durf te wedden dat Brinkman achter de schermen enorm op zijn donder heeft gekregen van Wilders.

Terug naar de SP. Wat is deze partij toch goed, medelevend en sociaal naar haar hardwerkende actieve leden en medewerkers toe. Zolang je doet wat de partijleider je opdraagt is er niets aan de hand, maar owee als je kritisch durft te zijn......

In de laatste drie blogs heb ik diverse voorbeelden genoemd waaruit het 'sociale' gezicht van de SP blijkt. Om al deze redenen zou ik nooit op deze partij stemmen. Iedereen mag er het zijne van denken, en dat is maar goed ook. Laat vooral jullie mening achter op dit drieluik over het 'sociale' gezicht van de SP. Ik ben zeer benieuwd naar jullie reacties. Sempre libera! (= altijd vrij)




Het 'sociale' gezicht van de SP (deel 2)

11:58, Wednesday 2 June 2010 .. 4 reacties .. Link

De vorige keer bleef ik nogal aan de oppervlakte om mijn stelling uiteen te zetten dat de SP niet zo sociaal is als menig persoon denkt. Ditmaal zal ik wat inhoudelijker ingaan om mijn stelling te onderbouwen. In mijn ogen zou de SP er zorg voor dragen dat niet-werken wordt beloond, hard werken wordt bestraft en uitkeringsgerechtigden in hun positie worden vastpind.

Vrijwel iedere politieke partij geeft een andere invulling aan wat sociaal of solidariteit is. De PvdA vindt dat je ook, of misschien wel juist in economische slechte tijden naar de minder bedeelde mensen moet kijken en hen moet helpen, zowel binnen onze landsgrenzen als daarbuiten (dus niet tornen aan het budget voor ontwikkelingshulp). Solidariteit betekent voor het CDA dat er betrokkenheid is tussen generaties, tussen de armen en rijken en met je medemens. Volgens de liberale partijen VVD en D66 betekent sociaal zijn dat je voor iedereen gelijke kansen creëert om zich te ontplooien. Volgens de SP is het sociaal dat de hoogste inkomens de meeste belastingen betalen zodat de mensen zonder inkomen of een minimuminkomen een goed leventje kunnen leiden (de sterkste schouders dragen de zwaartste lasten, en hoe progressiever dat gebeurt des te beter). Persoonlijk vind ik dat een erg bekrompen idee van wat solidariteit inhoudt. Sterker nog, de wijze waarop de SP daar invulling aan wil geven is niet sociaal, maar asociaal! Ik zal uitleggen waarom.

Progressiviteit is het uitgangspunt van ons belastingstelsel: naarmate je inkomen hoger is, des te meer belasting je betaalt. Tot het begin van de jaren negentig betaalden de topinkomens in Nederland maar liefst 72% belasting over iedere gulden. Dat toptarief hebben ze verlaagd naar het huidige 52%. Zelfs met de verlaging van belastingtarief voor de topinkomens, behoort Nederland tot de landen in Europa waar de inkomens het meest zijn genivelleerd. In eenvoudig Nederlands: het gat tussen arm en rijk behoort tot de kleinste in Europa. Alleen in de Scandinavische landen, België en Frankrijk is de inkomensongelijkheid kleiner.¹

Ondanks het feit dat de inkomensongelijkheid in Nederland onder het huidige belastingstelsel tot de laagste in Europa behoort, zouden de hoogste inkomens en ondernemers nog meer belasting gaan betalen als het aan de SP ligt: het belastingtarief voor de derde schijf wordt verhoogd van 52% naar 55%, er komt een extra belastingschijf van maar liefst 65% van iedere hardverdiende euro boven de € 150.000,-, er komen meerdere milieuheffingen (bijv. voor vlees en een vliegtaks), er komt een bankenheffing die banken moeten gaan betalen voor de schade die ze hebben aangericht, de winstbelasting boven de € 200.000,- wordt verhoogd van 25,5% naar 30%, en het aantal aftrekposten wordt verkleind. 

Hard werken wordt niet beloond, maar bestraft! Maar op de langere termijn kost dit beleid ons vele malen meer geld dan het oplevert. Als ondernemers, en in het bijzonder grote multinationals, allerlei extra (hoge) belastingen moeten betalen, zullen zij ervoor kiezen om zich elders te vestigen. Dat gaat ons vele duizenden banen kosten, waardoor de werkoosheid zal toenemen, de belastinginkomsten zullen afnemen en de overheidsuitgaven explosief zullen stijgen als gevolg van de vele werkloosheidsuitkeringen. Kortom, meer mensen worden aan de bank gekluisterd en zij die wel in staat zijn een baan te vinden of voor zichzelf beginnen worden gestraft met meer en hogere belastingen.

Is dat nou sociaal?

Daarbovenop is belastingverhoging voor de hoogste inkomens een puur symbolische maatregel. Slechts 5% van de Nederlandse beroepsbevolking verdient jaarlijks een brutobedrag van € 50.000,- of meer. Een toptarief van 65% levert slechts enkele honderden miljoenen euro's op (250 miljoen bij een toptarief van 60%) terwijl de politiek op zoek is naar manieren om 30 miljard te bezuinigen. Enkele miljoenen zijn dan peanuts lijkt me. Kortom, weinig extra inkomsten, op de langere termijn meer maatschappelijke kosten en een hoop onwil bij ondernemend Nederland.

Is dat nou sociaal?

En wat wordt er vervolgens met deze belastingopbrengsten gedaan? Daarvan worden de uitkeringen en minimumlonen verhoogd met 5%. Niet-werken en thuiszitten wordt dus nog beter beloond dan werken. Een bijstandsmoeder kan op dit moment rekenen op zo'n € 1.000,- netto per maand (bijstand, huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag, algemene heffingskorting). En zelfs als je dan nog tekort komt kun je in sommige gevallen een beroep doen op de gemeente (in de gemeente Nijmegen bijv. krijg je geld om een nieuwe flatscreen te kopen als je oude TV het begeeft). Veel mensen besluiten om niet parttime dan wel fulltime te gaan werken, omdat ze er nauwelijks op vooruitgaan ten opzichte van de uitkeringssituatie (waarvoor ze bovendien niets hoeven te doen).

Is dat nou sociaal?

Daarnaast wordt thuiszitten en niet-werken beloond doordat de SP ageert tegen het verkorten van de WW. Tot 2006 was de duur van de WW maar liefst vijf jaar. Daarna is de maximale uitkeringsduur verkort naar drie jaar en twee maanden. Diverse politieke partijen - VVD, D66, GroenLinks, CDA - willen de duur van de WW verder verkorten naar één jaar, maar dan wel met een hoger uitkeringsbedrag of -percentage. De SP is daar mordicus tegen. Daarmee stimuleert de SP mensen dus om nog langer op de bank te zitten en vooral om niet te veel moeite te doen om te solliciteren. Wat de partij volgens mij niet beseft is dat daarmee de kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk worden verkleind naarmate iemand langer thuiszit.

Is dat nou sociaal?

Een uitkeringssituatie is voor sommige mensen geen belemmering om te doen waar ze zin in hebben. Ik hoor  geregeld verhalen waar dat uit blijkt. Een man die vermeend arbeidsongeschikt thuiszit als gevolg van een whiplash, een AOW-uitkering krijgt, maar daar wel drie weken van op vakantie gaat naar Spanje. Een man die werkloos thuiszit en zich niet geroepen voelt om te gaan solliciteren omdat hij nog ruim een half jaar WW ontvangt. Een man die jaren geleden is ontslagen, een aantal keren zonder succes heeft gesolliciteerd en vervolgens heeft besloten om het bijltje erbij neer te gooien omdat hij toch wel een bijstandsuitkering ontvangt.

Is dat nou sociaal?

De SP zorgt ervoor dat niet-werken een relatief aantrekkelijk perspectief is en dat mensen blijven hangen in hun uitkeringssituatie. Hierdoor nemen de overheidsinkomsten af en de maatschappelijke kosten toe. Werkontwijkend gedrag wordt nog verder gestimuleerd en getolereerd als de SP aan de macht zou komen. Het gevolg daarvan zal onherroepelijk zijn dat er nog grotere offers van werkend en ondernemend Nederland gevraagd zullen worden om de hogere overheidsuitgaven te financieren. Hierdoor belanden we in vicieuze cirkel zonder uitzicht of uitweg. En dat is niet het beeld dat ik van een sociaal Nederland heb. Zie hier het 'sociale' gezicht van de SP.

Ik heb nog meer voorbeelden waaruit het 'sociale' gezicht van de SP blijkt, maar die zal ik bewaren voor mijn volgende blog.

 

¹ Zie p. 52 e.v. van het rapport "Continuïteit en vernieuwing. Een visie op het belastingstelsel" van de Studiecommissie Belastingstelsel (ingesteld door het Ministerie van Financiën).




Het 'sociale' gezicht van de SP (deel 1)

11:53, Tuesday 1 June 2010 .. 3 reacties .. Link

Laat ik beginnen met te zeggen dat iedereen een thumbs up verdient die de moeite neemt om volgende week woensdag te gaan stemmen, op welke partij dan ook. Ik hoor nog zoveel mensen zeggen dat het allemaal niets uitmaakt, dat je linksom of rechtsom toch wel gepakt wordt, dat politici op dit moment alleen maar loze beloftes doen, dat hun breekpunten toch wel weer liquide worden en dat zij niets kunnen waarmaken omdat ze coalities moeten vormen. Een deel van deze mensen neemt om die redenen niet de moeite om volgende week te gaan stemmen. En hun stem afstaan aan een ander? De een doet dat wel en de ander niet.

Aan hen met weinig historisch besef en actueel inzicht wil ik dit zeggen: er is in Nederland keihard gestreden voor het stemrecht, zowel voor en door mannen als vrouwen! Sinds 1917 - of 1919 als je de invoering van het algemeen vrouwenkiesrecht als startpunt neemt - is stemmen een voorrecht. Tot 1970 kende Nederland een opkomstplicht, daarna was al dan niet stemmen een eigen vrije keus. En dat is tot op de dag van vandaag nog steeds het geval. Mensen die de politiek verachten of wantrouwen is het misschien beter dat zij niet gaan stemmen: immers, wat is een onverschillige stem waard? Maar bedenk dat aan de andere kant van de wereld vandaag de dag nog steeds wordt gevochten voor dit democratische recht. Sterker nog, er sterven dagelijks mensen voor dit democratisch recht. Stemmen is voor ons een vanzelfsprekendheid, maar zo vanzelfsprekend is dat niet! En als je dan toch zo onverschillig of wantrouwend naar de politiek toe bent, geef dan een ander een volmacht om voor jou te stemmen. En ten slotte dit: als je niet gaat stemmen volgende week, heb je in mijn ogen ook geen recht om straks te klagen als 'de politiek' beleid voert dat je niet aanstaat.

Maar ik dwaal af. Ik zou het over het 'sociale' gezicht van de SP hebben. Afgelopen weekend hoorde ik iemand in mijn omgeving zeggen dat hij op de SP ging stemmen, omdat deze partij voor een 'eerlijke en rechtvaardige' verdeling zouden zorgen. Ik neem voor het gemak even aan dat deze persoon het over de verdeling van geld had. Ik ben daar niet helemaal van overtuigd en ik zal uitleggen waarom.

Het is inmiddels al weer wat jaartjes geleden dat ik met mijn studie politicologie begin aan de - toentertijd nog - Katholieke Universiteit Nijmegen (tegenwoordig Radboud Universiteit). Het was een klein en bont gezelschap dat aan deze opleiding begon. Een van de studenten uit mijn jaar was de dochter van de oud-voorman van de SP, Lilian Marijnissen. Evenals haar vader en moeder een die hard  SP'er in hart en nieren. Zij zat namens de SP in de gemeenteraad van Oss en verkondige ook met regelmaat haar socialistische gedachtegoed. Ze vertelde ook dat ze iedere cent die ze in de gemeenteraad verdiende aan de SP moest afstaan. De SP staat bekend om deze zogeheten afdrachtsregeling aan de partij en heeft er zelfs de nodige problemen mee gehad in het verleden (de kwestie Lazrak). Deze inkomensafdracht geldt voor iedereen die voor de SP actief is: raadsleden, gedeputeerden, Senatoren, Kamerleden.

Wacht nog even met het toekennen van lof en waardering voor de SP'ers die hun salaris, of schadeloosstelling zoals het officieel heet, afstaan aan de partij. Ze staan al hun inkomsten af en vervolgens keert de partij hen een ruimhartig salaris toe. Als je een fulltime functie voor de partij bekleedt ontvang je een modaal salaris, als je een parttime functie verricht een generieke onkostenvergoeding (25% tot 50% van een raads- of statenvergoeding). Maar dat is nog niet alles: Lilian Marijnissen kreeg haar boeken en collegegeld volledig vergoed door de partij, omdat ze voor de SP actief was. Daarnaast viel het mij op dat ze met grote regelmaat beter gekleed was dan menig medestudent, die naast zijn/haar studie moest werken en dan nog niet altijd dergelijke modieuze kleding kon betalen. Oftewel, ze zal vast ook een behoorlijke representatievergoeding hebben gekregen. In het boek "De socialisten. Achter de schermen van de SP" van Vrij Nederland redacteur Rudie Kagie bevestigt hij dit beeld. Jan Marijnissen liep altijd met de duurste Zegna-blazers rond en dat mocht hij, net als alle andere Kamerleden, declareren om 'goed te kunnen functioneren'.

Vraag is dus: hoe sociaal is de SP als Kamerleden naast hun modale inkomen ook nog eens boeken en collegegeld alsmede de duurste kleding onder het mom van representatiekosten vergoed krijgen? Werkend Nederland moet studerende kinderen en modieuze kleding helemaal zelf betalen, en vaak met nog lager inkomen ook. SP'ers krijgen het vergoed uit de partijkas. En wat denk je dat er gebeurt met het restanten van de afdrachtsregeling? Dat komt alleen ten goede aan de partij! Niet aan de minder bedeelden of mensen met de laagste inkomens. Het zou pas sociaal zijn als dit geld aan hen ten goede kwam, maar in plaats daarvan belanden de centen in de partijkas en wordt het gebruikt om riante vergoedingen toe te kennen aan actieve partijleden en verkiezingscampagnes te betalen. Sterker nog, de afdrachtregeling is wat de partij groot heeft gemaakt (iets wat door SP'ers in het zojuist genoemde boek van Rudie Kagie bevestigd wordt). SP-voorman Emile Roemer beschuldigt andere partijen, zoals de VVD, van omgekeerd Robin Hood gedrag - "U neemt van de armen en geeft aan de rijken" - maar de SP kan er ook wat van. Ik ben geneigd te zeggen "U neemt van uw leden en geeft onevenredig veel terug ten opzichte van de werkende man".

Jan Marijnissen heeft ooit eens het volgende gezegd: "Onze filosofie is nu eenmaal dat mensen in democratische organen niet beter beloond hoeven te worden dan de gemiddelde arbeider". Maar waarom krijgen Kamerleden dan zoveel extraatjes? Anno 2004 verdiende Marijnissen € 2.115,- netto in de maand voor zijn parlementaire werk. Niet veel voor iemand die misschien wel 80 uur of meer werkt per week. Maar die schadeloosstelling is wel een verdubbeling ten opzichte van negen jaar eerder. Zelfverrijking vindt ook binnen de SP plaats.

Ik had nog veel meer willen zeggen, maar dan wordt deze blog wel erg lang. Daarom zal ik hier nu ophouden en de volgende keer verder gaan op dit onderwerp. Wordt vervolgd...........




Crisis in de politiek?

22:26, Sunday 23 May 2010 .. 0 reacties .. Link

Te pas en onpas wordt er geroepen dat onze parlementaire democratie zich in een crisis bevindt. Deze stelling is verre van eenvoudig op een fatsoenlijke manier te onderbouwen of weerleggen vanwege het feit dat zij een alomvattend karakter heeft. In plaats daarvan doet men er verstandig aan om deze stelling te ontleden in hanteerbare porties waarover men kan discussiëren. Als we bijvoorbeeld kijken naar de rol die politieke partijen vervullen - de vraag hoe zij deze rol vervullen even terzijde -  valt het allemaal wel mee met de vermeende crisis.

Voor mijn afstuderen heb ik het gewaagd om over dit vraagstuk een scriptie te schrijven. Daarbij heb ik gekeken naar de belangrijkste actoren in de politiek, namelijk de politieke partijen. Politieke partijen zijn veelal het lijdend onderwerp - in de meest letterlijke zin van het woord - als het over de staat van onze democratie staat. Zo zouden partijen teveel praten en niets voor elkaar krijgen, problemen niet benoemen of eromheen draaien, niet weten wat er in de samenleving leeft, teveel gefocust zijn op het politieke machtscentrum, onbetrouwbaar en bureaucratisch zijn, en ga zo maar door.

Er zijn tal van ontwikkelingen te noemen voor deze kritische houding ten opzichte van politieke partijen. Een belangrijke ontwikkeling is dat het aantal buitenparlementaire spelers in het politieke spel, die vergaande invloedsmogelijkheden hebben, aanzienlijk is toegenomen. Denk bijvoorbeeld maar aan de Europese Unie, ambtenaren, maatschappelijke organisaties, de rechterlijke macht, de massamedia en de zogeheten new social media. Zij spelen allemaal een onmiskenbare rol in het politieke spel waardoor het primaat van de politiek - en dus de rol die politieke partijen vervullen in het democratisch bestel - onder druk is komen te staan. Over de invloed van deze actoren afzonderlijk op het politieke proces zou je, bij wijze van spreken, een dissertatie kunnen schrijven. Andere ontwikkelingen voor de kritische houding naar politieke partijen zijn de steeds verder dalende ledenaantallen1, de lage opkomst bij verkiezingen, de verminderde (partij)politieke participatie, en de sterk afgenomen (ideologische) binding met politieke partijen.

Er bestaan verschillende waarderingen voor de rol die politieke partijen vervullen. Enerzijds is er een negatieve waardering (zie het voorgaande), anderzijds een positieve. Volgens de positieve waardering vormen politieke partijen de spil in het web van het openbaar bestuur: zij vormen de exclusieve toegangspoort tot de politieke machtscentra, spelen een belangrijke rol bij de benoeming van openbare politieke functies, en vormen verkeerswegen van informatie, kanalen van invloed en elementen van binding in de politiek. Alarmistische verwoordingen behoeven enige nuancering. De dalende ledenaantallen en onzekere electorale aanhang zorgen ervoor dat politieke partijen zich meer dan ooit richten tot de kiezer om rekenschap af te leggen over de schommelingen in de opiniepeilingen.

Opvallend is dat beide waarderingen, dus zowel de negatieve als de positieve, gebruikt worden om het verval van de democratie te onderbouwen. In het negatieve waardeoordeel staan de zwakte en marginaliteit van politieke partijen centraal, het elitaire of olichargistische karakter van partijen in de negatieve waardering. Om het nog wat ingewikkelder te maken neem het volgende eens in overweging. Naast de negatieve en positieve waardeoordelen over politieke partijen kun je tevens op verschillende manieren naar ze toe kijken. Je kunt een politieke partij zien als onderdeel van het openbaar bestuur, als een organisatie met een partijleider en professionele krachten, of als ledenorganisaties.² Politieke partijen worden niet in iedere gedaante op dezelfde wijze of in dezelfde mate getroffen door de genoemde maatschappelijke ontwikkelingen. Een daling van het aantal leden zou afbreuk kunnen doen aan (een deel van) de representativiteitsfunctie van politieke partijen, omdat zij een adequate afspiegeling van de bevolking zouden moeten vormen. Maar een daling van het ledenaantal doet niet zozeer afbreuk aan andere wezenlijke functies van politieke partijen, zoals de programmatische of socialiserende functie.

Kortom, politieke partijen zijn complexe fenomen met meerdere gezichten. Om die reden is het verre van eenvoudig om een uitspraak te doen over de vraag of politieke partijen in crisis verkeren of niet.

In mijn ogen valt 't allemaal wel mee met de vermeende crisis. Als partijleden niet in staat zouden zijn interne oppositie vormen te vormen, een bijdrage te leveren aan de discussie- en meningsvorming binnen de partij, of het partijbestuur (= de dagelijkse leiding van politieke partijen) te controleren en haar naar huis te sturen, dan kan er gesproken worden over een crisis binnen partijen. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan is het in de woorden van oud-partijvoorzitter Ruud Koole niet noodzakelijk dat leden leiding geven aan de partij, maar geleid worden. Door de jaren heen zijn er steeds meer checks and balances geïntroduceerd binnen politieke partijen waardoor de machtspositie van leden is toegenomen. Politieke partijen zijn hierdoor niet langer parties without partisans.

Daarnaast zijn politieke partijen in staat om zoveel kiezers te mobiliseren om naar de stembus te gaan dat er niet over een ernstige vertekening van de maatschappelijke representatie gesproken kan worden. Tenminste, niet bij de parlementsverkiezingen waar de opkomst gemiddeld rond de 80% schommelt. Bij andere verkiezingen is dit probleem wel groter, maar is het niet zonder meer dat er daardoor vertekening in de vertegenwoordiging van maatschappelijke oriëntaties plaatsvindt. Over een maatschappelijk isolement van politieke partijen kan ook niet gesproken worden. Niet alleen hebben de leden sterke wortels in de diverse geledingen van de samenleving, ook treden partijen meer dan ooit in contact met maatschappelijke organisaties en instellingen. En de daling van de ledenaantallen vormt hedentendage ook geen probleem. Zo vormen de contributies van leden nog altijd de belangrijkste inkomenstenbron voor partijen zodat partijen, ondanks de subsidies van het rijk, geen staatspartijen vormen die naar de pijpen van de betalende partij dansen ("wie betaalt bepaalt" gaat hier dus niet op). Ondanks de dalende ledenaantallen zijn er nog altijd meer leden dan er aan politieke functies te vergeven is. Oftewel, de vijver om in te vissen is groot genoeg. En ten slotte zijn er meer dan genoeg leden actief om de partijorganisatie draaiende te houden.

Crisis in de politiek? In ieder geval niet zozeer ten aanzien van politieke partijen in de gedaante van ledenorganisatie. Over andere gedaantes of de wijze waarop politieke partijen hun taken verwezenlijken heb ik hier niets gezegd en zal hier ook niets zeggen. Wellicht stof voor een andere blog.  

1 Overigens geldt dat niet voor alle partijen: zo nam het ledenaantal bij D66 vorig jaar met maar liefst 50% toe. Ook GroenLinks, de SP en de Partij voor de Dieren weten jaarlijks meerdere leden binnen te halen.
2 Je zou meerdere gedaantes van politieke partijen kunnen onderscheiden, maar dit zijn de drie meest voorkomende gezichten in de politicologische literatuur.




Verkiezingskoorts

11:52, Friday 21 May 2010 .. 0 reacties .. Link

Het is campagnetijd en het WK in Zuid-Afrika staat voor de deur. We zijn dus goed ziek in Nederland: naast oranjekoorts hebben veel mensen ook last van verkiezingskoorts. Nou ja, met name politici dan. Zij proberen hun partij zo goed mogelijk te presenteren aan de kiezers. Een noodzakelijk kwaad, want de loyale en trouwgebonden kiezer, die bij iedere verkiezing op deze partij stemt, bestaat niet meer. In onze ontzuilde samenleving is het bij elke verkiezing opnieuw een strijd om de gunst van de kiezer. Alles wordt dus uit de kast gehaald om de kiezer te overtuigen op een bepaalde partij te stemmen.

Deze week is allesbehalve een saaie week geweest in de politiek. Hero Brinkman (PVV) wil niet alleen de PVV democratischer maken door het introduceren van het partijlidmaatschap: hij wil eveneens een jongerenafdeling in het leven roepen. De PVV draait volgens Brinkman teveel om één persoon. Mocht hij vrijwillig of "onvrijwillig" de partij verlaten (?!), dan zal de partij ineenstorten als een kaartenhuis. Daarnaast zou er een duidelijke roep zijn om een jongerenafdeling. "Ik wil dat mijn over 15 jaar ook nog op de PVV kan stemmen" aldus Brinkman. Kortom, hoogste tijd voor een jongerenafdeling.

Allemaal legitieme redenen, maar de timing is wel erg ongelukkig. Brinkman heeft weloverwogen gewacht met het naar buiten brengen van zijn standpunten nadat de kieslijst definitief ingediend was zodat Wilders hem niet zonder pardon uit de partij zou wegwerken (dit heeft hij overigens vandeweek toegegeven in Knevel en Van den Brink). In die zin is de timing van zijn uitspraken wel goed, maar deze staan volledig haaks op de lijn van Wilders: hij wil nog helemaal niks weten van het partijlidmaatschap of een jongerenafdeling. Hoewel Brinkman in alle toonaarden ontkent heeft het wel alle schijn dat er een machtsstrijd gaande is binnen de partij. Vooral de uitspraak van Brinkman over het "onvrijwillig" verlaten van de partij roept vragen op. Bedoelt hij daarmee vanwege ziekte of andere persoonlijke omstandigheden, of dat Wilders door zijn eigen fractieleden wordt afgezet? Wat het ook zij, het schaapt wel het beeld van interne verdeeldheid en het is allesbehalve gunstig om met een dergelijk beeld de campagnetijd in te gaan. Of deze vermeende coup stemmen zal gaan kosten is natuurlijk maar de vraag, maar Wilders zal er gegarandeerd niet blij mee zijn.

Gisteren kwam het Centraal Planbureau (CPB) met de resultaten van de doorrekening van de verkiezingsprogramma's. Hoewel bij iedere partij aan- en opmerkingen te plaatsen zijn, profileerden alle partijen zich als winnaars: de VVD is kampioen banen creëren, met de PVV bent u het veiligst, GroenLinks heeft het beste voor met het milieu, bij de SP en PvdA zal de koopkracht toenemen, het programma van D66 komt als beste uit de test voor onze economie, en ga zo maar door. En vooral de sociaal-democraat Ronald Plasterk (PvdA) kan er wat van: "een stem op het CDA of de VVD zorgt voor een lege portemonnee" riep hij gisteren na afloop van de presentatie.

De presentatie was gisteren het nieuws van de dag, maar we moeten niet vergeten dat deze cijfers slechts schattingen zijn. Zodra één variabele in de vergelijking verandert - zoals een hogere economische groei dan verwacht of een daling van de huizenprijzen - zijn alle voorspellingen waardeloos. Laat je dus niks wijsmaken door onze politici als ze naar de resultaten van het CPB verwijzen: neem het liever met een korreltje zout. Economie is een gedragswetenschap en als er een variabele is dat zich moeilijk laat voorspellen is het wel (consumenten)gedrag. De resultaten van het CPB hebben slechts een korte houdbaarheidsdatum.

In plaats van teveel waarde hechten aan het cijfermateriaal van het CPB, is het verstandiger om de partijprogramma's door te nemen. Daarin staat een duidelijke politieke en maatschappelijke visie verwoord en geeft over het algemeen een goed beeld waar de partij voor staat en waar ze naar toe wil werken. Als het doorspitten van de partijprogramma's teveel werk is heb je nog een aantal andere opties: je doet de test van het Kieskompas (of de Kieswijzer) en laat je door de uitslag daarvan leiden, of je bekijkt één of meerdere verkiezingsdebatten op TV en stemt op de persoon/partij die het meest betrouwbaar overkomt.

Wat je ook doet, maak vooral gebruik van je democratische recht waar hard voor gestreden is en stem.




Jack the Cheat en andere overspelige politici

16:50, Saturday 15 May 2010 .. 0 reacties .. Link

Oh die Jack de Vries * aka Jack the Cheat * toch: kennelijk een ongelooflijke womanizer. Wie had dat nou van hem gedacht? Een getrouwd man, twee kinderen en een CDA'er in hart en nieren. Of toch niet? Het CDA - het Christen-Democratisch Appèl - staat voor christelijke normen en waarden zoals solidariteit, rentmeesterschap en naastenliefde. Maar Jack the Cheat neemt naastenliefde wel heel letterlijk door een buitenechtelijke relatie te beginnen met zijn rechterhand van het ministerie; adjudant Melissa Goede. Een hartstochtelijke, amoreuze relatie of misschien machtsmisbruik? Wie zal het zeggen.

Jack de Cheat houdt de 'eer' aan zichzelf en treedt per direct af als staatssecretaris van Defensie. Dat maakte hij samen met premier Balkenende (CDA) en minister van Defensie Eimert van Middelkoop (CU) bekend. De laatste zei dat Jack een "pijnlijk, maar begrijpelijk" besluit had genomen. Maar was het wel 'zijn' besluit? Of had Balkenende, die naast premier ook partijleider is, hem aangespoord om af te treden?

Waarschijnlijk zal het een combinatie van beiden zijn. In de eerste plaats is niet alleen zijn politieke, maar ook zijn persoonlijke integriteit aangetast door zijn vreemdgaan. Immers, van een christendemocratisch politicus verwacht je dat hij zich aan christelijke normen en waarden houdt en dus, bijvoorbeeld, geen overspel pleegt. Nota bene een van de Tien Geboden! Wat Jack the Cheat ook zegt of doet, geloofwaardig zal hij in een politieke functie niet meer zijn. Daarnaast zal partijleider Balkenende hem aangespoord hebben zijn functie neer te leggen, omdat hij het imago van het CDA niet (verder) wil laten aantasten door een overspelige persoon de hand boven het hoofd te houden. Deze kwestie raakt de identeit van het CDA in het hart.

Grote honden bijten elkaar niet, maar helaas voor Jack is hij slechts een Chihuahua binnen de partij.

Buitenechtelijke relaties of seksschandalen in de politiek zijn overigens niets nieuws onder de zon. Ken je Rob Oudkerk (PvdA) nog? Ja, de man die over "kutmarokkanen" sprak, maar daarnaast ook regelmatig de hoeren opzocht. Door dit en andere privé-verhalen trad hij af als wethouder in Amsterdam. Fractievoorzitter Tjalling Halbertsma stelde dat het vertrouwen in Oudkerk en zijn gezag zo geschaad waren dat hij zijn functie als wethouder niet meer volwaardig kon uitoefenen, en dat Amsterdam het zich niet kon veroorloven om hem langer op zijn plaats te houden. En vervolgens hebben we nooit meer wat van hem gehoord.

Andere voorbeelden van overspelige politici: Bill Clinton die een relatie had met Monica Lewinski, John Edwards had een relatie met een campagnemedewerker (en bezwangerde haar waarschijnlijk ook nog), Paul Depla (PvdA Nijmegen) liet zich - laat ik het netjes houden - oraal bevredigen door een medewerker van de VVD, en Silvio Berlusconi die zelfs meerdere malen de fout inging (seksfeest, seksfoto's, minderjarige modellen).

Opvallend is dat niet iedere politicus aftreedt die overspel pleegt. Van de bovengenoemde politici trad alleen John Edwards af. Wat zijn overspel zo ernstig maakte is dat hij een doodzieke vrouw thuis had zitten die aan kanker leed waardoor Edwards werd afgeschilderd als een enorme rotzak. Daar ging zijn imago van een integere, gezagsvolle en betrouwbare politicus. Clinton loog in eerste instantie glashard tegen de hele wereld, maar mocht desondanks wel aanblijven. Bij Depla was het zo dat hij mocht aanblijven en de VVD'er aftrad. En Berlusconi draaide er niet om heen en bevestigde vaak zelfs de verhalen.

Welke factoren er nou precies aan bijdragen welke politici mogen aanblijven en wie moeten aftreden is niet echt duidelijk. Kennelijk heeft het iets met de positie de bestuurder bekleedt te maken, maar ook dat verklaart niet alles. Waarom moest wethouder Oudkerk wel aftreden en mocht wethouder Depla aanblijven? Twee medewerkers van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis (CPG) verrichten momenteel een promotieonderzoek naar dit vraagstuk. Zij proberen een antwoord te geven op de vraag wie met welke motieven bepaalt of een bewindspersoon mag aanblijven of moet vertrekken bij een politiek conflict. Wie weet krijgen we dan meer inzicht in dit interessante vraagstuk.




Over de kwaliteit van onze parlementariërs

12:43, Saturday 8 May 2010 .. 3 reacties .. Link

In de Tweede Kamer zitten zowel deskundige als - laat ik het netjes houden - minder-deskundige mensen, zowel specialisten als generalisten. Er bestaat geen opleiding die je opleidt tot politicus, hoewel veel mensen denken dat een politicoloog hetzelfde is als een politicus, wat dus verre van waar is (sic!). Het is het partijbestuur dat het profiel en de criteria van potentiële Kamerleden opstelt. Als het partijbestuur, of een door het bestuur in het leven geroepen commissie, van mening is dat een sollicitant aan deze criteria voldoet, kan deze persoon op de kandidatenlijst terecht komen en gekozen worden. Zo is het dus mogelijk dat iemand die de toneelschool of Hogeschool voor de Kunsten heeft gedaan Kamerlid wordt (doelend op respectievelijk Boris van der Ham en Fleur Agema, waarmee ik overigens geen waardeoordeel over deze parlementariërs wil uitspreken!). Over het algemeen is het goed gesteld met de kwaliteit van Kamerleden: ze hebben in de meeste gevallen politieke ervaring, zijn hoogopgeleid en nemen vakspecifieke kennis en ervaring mee uit vorige functies. Maar er zijn uitzonderingen die zich laat samenvatten in één woord: PVV.

Het 'gevaar' dat niet de juiste personen in de Tweede Kamer terecht komen heeft altijd bestaan. In het begin van de twintigste eeuw, toen het stelsel van evenredige vertegenwoordiging en het algemeen kiesrecht werden ingevoerd, bestond de vrees dat politieke gelukzoekers, volksmenners, demagogen of radicalen verkozen zouden worden boven deskundige en ervaren volksvertegenwoordigers. Immers, voor de vergaande stelselwijzigingen van 1917 vormden iemands sociale status, welgesteldheid, persoonlijke netwerken en (prominente) functies de belangrijkste toetsstenen om al dan niet verkozen te worden. In de ogen van links-radicalen en anarchisten waren parlementsverkiezingen door de stelselwijzigingen populariteitswedstrijden geworden, waarbij politici door beïnvloeding en manipulatie het 'stemvee' konden aansporen om op een bepaalde partij of kandidaat te stemmen. Om dat te bewijzen richtte een groepje kunstenaars, anarchisten en vrijdenkers in 1921 een nieuwe politieke partij op die bekend stond als de Rapaille Partij. Deze partij nam deel aan de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen. Lijsttrekker van deze partij was de beschonken, maar aimabele zwerver Cornelis de Gelder. Iedereen in Amsterdam kende hem, omdat hij al dansend en zingend over straat liep. Zijn belangrijkste standpunten: een borrel moest vijf cent gaan kosten, urinoirs moesten afgebroken en vervangen worden door bomen, en vrij jagen en vissen in het Vondelpark moest worden toegestaan. De partij behaalde twee zetels bij de gemeenteraadsverkiezingen, maar kort voor de verkiezingen werd De Gelder gearresteerd wegens openbare dronkenschap en opgenomen in een sanatorium (ontwenningskliniek) waardoor hij dus niet beschikbaar was voor de gemeenteraad. Overigens was het wel opmerkelijk dat hij uitgerekend op dat moment voor openbare dronkenschap werd gearresteerd aangezien hij vrijwel dagelijks dronken over straat liep. Voor de oprichters van de Rapaille Partij maakte het niet uit dat Cornelis de Gelder niet in de gemeenteraad zitting kon nemen: zij hadden hun punt bewezen, namelijk dat dankzij het nieuwe kiesstelsel iedereen verkozen kon worden, zelfs een dakloze drankorgel.

De vrees dat iedere 'popie jopie' verkozen kan worden in een publiek ambt is ook vandaag de dag zeer actueel. Decennia lang is het ondenkbaar geweest dat een nieuwe partij met een groot zetelaantal in de Kamer zou komen. De Boerenpartij en D'66 (tot 1985 met apostrof) bewezen in de tweede helft van de jaren zestig dat het niet onmogelijk was om als nieuwkomer de vastgeroeste partijverhoudingen te doorbreken. Toentertijd werd dat als een 'politieke aardverschuiving' beschouwd, vandaag de dag lijkt het niets bijzonders meer. Pim Fortuyn deed dat (posthuum) in 2002 en Geert Wilders herhaalde dat in 2006.

Deze ontwikkelingen laten zien dat je als nieuwkomer - in vergelijking met vroeger - relatief eenvoudig gekozen kunt worden. Maar daarmee is nog niet de vraag beantwoord wat voor vlees men in de kuip haalt. De opkomst en neergang van de LPF ging als een raket. Belangrijke oorzaak van de snelle teloorgang was dat er tussen de (Kamer)leden onderling veel geruzie was. Uiteindelijk verdampte de aanhang van de LPF als sneeuw voor de zon en normaliseerde de politieke verhoudingen. De PVV lijkt volgens de laatste peilingen inmiddels over haar hoogtepunt heen. Ik zal niet beweren dat de uiterste houdbaarheidsdatum overschreden is, maar wel dat de partij de nodige deuken en krassen heeft opgelopen. In de peilingen is de partij van Wilders goed voor 17 Kamerzetels. Twee maanden geleden waren dat er nog 25. Waar zijn die 8 virtuele zetels gebleven? Volgens een peiling van Maurice de Hond is een deel van deze kiezers overgestapt naar de VVD (49% om precies te zijn). Maar er is naar mijn mening veel meer aan de hand: ik denk dat mensen eindelijk inzien uit wat voor hout de Kamerleden van de PVV zijn gesneden. Wat voor houtsoort het ook moge zijn, het is in ieder geval geen duurzaam hardhout. Zoek maar eens naar enkele bijdragen aan de parlementaire beraadslagingen van deze partij en dan zul je al snel genoeg het amateuristische gehalte van hun bijdragen zien. Tip hierbij: lees niet de spreekteksten van de website, maar bekijk live naar hun optredens. Zie bijvoorbeeld het onderstaande filmpje, starring PVV'er Martin Bosma.

Zijn dit nou de volksvertegenwoordigers die de kiezers voor ogen hadden? En dit is echt niet een geïsoleerd, welgezocht voorbeeld: zo zijn er heel eenvoudig nog veel meer vergelijkbare filmpjes op Youtube te vinden. Ik ben blij dat verschillende kiezers inmiddels oordelen dat de Kamerleden van de PVV niet door de vleeskeuring komen.

Als men zegt dat de kwaliteit van onze politici achteruit holt, geef ik ze ten dele gelijk. Om ervoor te zorgen dat er kwalitatief goede vertegenwoordigers in de Tweede Kamer terecht komen, spelen politieke partijen een onmiskenbaar belangrijke rol bij de training, werving en selectie. Politieke partijen zullen dit ook in de toekomst moeten blijven doen, niet alleen om de kwaliteit van onze democratie te garanderen maar ook om het vertrouwen van de burgers terug te winnen. Investeren in politiek talent is één zijde van de medaille, het behouden van dit talent is de andere zijde. De anciënniteit van onze Kamerleden is in de afgelopen honderd jaar bijna gehalveerd, van ruim 10 jaar in het begin van de vorige eeuw naar 5 jaar en 7 maanden anno 2010. Dit vormt hedentendage nog geen ernstige belemmering voor het functioneren van onze parlementaire democratie.

Ter afsluiting van deze blog nog een klein zijpaadje. Het zijn niet zozeer kiezers die klagen over de kwaliteit van de volksvertegenwoordigers: het zijn onze eigen parlementariërs die dat doen! Parlementariërs die klagen over hun collega's: gekker moet het niet worden.




Slip of the tongue

01:38, Saturday 1 May 2010 .. 0 reacties .. Link

Aan bestuurders worden hoge eisen gesteld: ze zijn deskundig, ze zijn in staat om hun verhaal over te brengen, ze spreken duidelijke taal, ze kunnen goed debatteren et cetera. Maar vooral: ze behoren zich voorbeeldig te gedragen. Ze behoren zich aan de bestaande fatsoensnormen te houden, vooral als ze in gesprek gaan met een burger. Dat politici zich lang niet altijd aan de fatsoensnormen houden is bekend: op Youtube zijn diverse voorbeelden te vinden van Kamerleden die hun collega's voor rotte vis uitmaken. Vreemd genoeg lijken het voornamelijk PVV'ers te zijn die zich hieraan schuldig maken. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar het volgende filmpje, waarin Richard de Mos (PVV) mede-Kamerlid Ineke van Gent (GroenLinks) beledigt:

Een andere veelgetoonde video waarin een politicus zich schuldig maakt aan onbetamelijk gedrag is de volgende. In een onderonsje met Job Cohen (PvdA) laat Rob Oudkerk (PvdA) zich ontvallen dat vele problemen in Amsterdam mede worden veroorzaakt door "kutmarokkanen". Wat Oudkerk niet wist dat hij op dat moment gefilmd werd door een verslaggever van TweeVandaag (tegenwoordig EenVandaag). Daarop heeft hij veel kritiek te verduren gekregen. Hij kreeg van TweeVandaag de gelegenheid geboden om zijn excuses in de uitzending aan te bieden. Dat leverde de volgende beelden op: 

Niet alleen Nederlandse politici maken zich schuldig aan onfatsoenlijk taalgebruik, ook in het buitenland kunnen ze er wat van. Vandaag en gisteren was Gordon Brown (Labour) het gesprek van de dag. Tijdens de verkiezingscampagne van de Labour Party sprak de partijleider met een 66-jarige vrouw over (onder meer) integratie. De vrouw was van mening dat er teveel Oost-Europeanen in het Verenigd Koninkrijk waren en vertelde dit aan Brown. Hij was het niet eens met deze veronderstelling, maar reageerde er verder niet op. Toen hij eenmaal in de auto zat dacht hij dat hij vrijuit kon spreken met zijn campagnemedewerker, maar hij vergat dat zijn microfoon nog steeds aanstond. Vervolgens schold Brown de vrouw uit voor "bigoted woman", wat zoiets als bekrompen vrouw betekent. De volgende dag wil Brown via de radio zijn verontschuldigingen aanbieden. Tel maar eens het aantal keren dat hij zich excuseert voor zijn wangedrag ;o)

En zo zijn er tal van voorbeelden te vinden op Youtube, zoals Marcel van Dam (PvdA) die wijlen Pim Fortuyn (LPF) uitmaakt voor "minderwaardig mens", Erica Terpstra die met een borrel op in de radio-uitzending van Edwin Everts zat of de talloze bloopers die George Bush tijdens zijn presidentschap maakte.

Moraal van het verhaal: LET OP JE WOORDEN! ;o)




Koninginnedag = feestdag?

03:05, Friday 30 April 2010 .. 0 reacties .. Link

Het is vandaag 30 april: oftewel Koninginnedag. Maar gezien het regenachtige weer besloten mijn vrouw en ik om binnen te blijven en naar Koninginnedag op Nederland 1 te kijken. Dit jaar waren Koningin Beatrix en andere leden van het Koninklijk Huis 's ochtends in het zeeuwse Wemeldinge en 's middags in Middelburg. En zoals altijd werden er diverse sketches en optredens opgevoerd terwijl Beatrix c.s. langs een afgezet parcour lopen. Groot verschil met voorgaande jaren is dat de looproute van de Koningin nog zwaarder bewaakt was met bodyguards en politieagenten.

In de afsluitende toespraak bedankte de Koningin de aanwezige feestvierders dat ze Koninginnedag hadden teruggegeven aan de Koninklijke familie en aan Nederland. De festiviteiten zullen gegarandeerd goed verlopen zijn in Wemeldinge en Middelburg, maar dat kan helaas niet gezegd worden voor heel Nederland. Om 15:00 besloot de NS om alle treinen van en naar Amsterdam Centraal stil te leggen, omdat vele treinreizigers zo lomp waren om over het spoor te lopen naar hun trein. Wat bezielt die mensen om dergelijke levensgevaarlijke capriolen uit te halen? Ze lopen in de eerste plaats zelf het gevaar geëlektrocuteerd of overreden te worden en ten tweede veroorzaken ze alleen maar een hoop vertraging en ellende voor alle treinreizigers die van of naar Amsterdam willen reizen.

In Amsterdam hebben zich al problemen voorgedaan op Koninginnedag. Op andere plaatsen zijn maatregelen getroffen om het feest zo ongestoord mogelijk in goede banen te laten verlopen.  In Eindhoven is een zogeheten 'Koninginnedagverordening' van kracht. Er gingen namelijk geruchten de ronde dat zo'n 30 tot 40 Feyenoord hooligans op weg waren naar Eindhoven om de boel op stelten te zetten. Iedereen die door zijn gedrag of kleding als Feyenoord supporter herkenbaar is, mag Eindhoven niet inkomen. Ook gezichtsbedekkende kleding is ten strengste verboden. 

Ook in het recente verleden is het goed mis gegaan op Koninginnedag. Wie herinnert zich niet de 56-jarige postbode uit Zaamslag die met een loden pijp werd doodgeslagen door hangjongeren toen hij hen aansprak op hun wangedrag. En iedereen zal zich ook nog wel de mislukte aanslag op de Koninklijke familie tijdens Koninginnedag 2009 herinneren.

Niet alleen op Koninginnedag, maar ook op andere feestdagen of festiviteiten gaat 't geregeld goed mis. Waarom lijken mensen zich als beesten te gedragen als er festiviteiten zijn? Is dat hun manier om eens 'goed los' te gaan? Om de alledaagse sores even helemaal te vergeten? Of is het misschien te wijten aan de overmatige alcoholconsumptie? Zou het in dat geval niet verstandiger zijn om een algeheel alcoholverbod toe te passen? Of heeft het een andere oorzaak, bijvoorbeeld dat de politie de feestvierders provoceert zoals Pechtold begin januari beweerde toen het tijdens oud en nieuw op sommige plaatsen goed mis ging (bijv. in Culemborg)?¹

Het is spijtig dat haast geen enkel feest zonder onlusten kan plaatsvinden vandaag de dag. Het is eigenlijk toch in en in triest dat noodverordeningen en andere extra veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn om de veiligheid van het overgrote deel van de goedwillende feestvierders te garanderen. Het zijn altijd de paar rotte appels die het voor iedereen verpesten. Het is een schoolvoorbeeld van de verruwing van de hedendaagse maatschappij. Laten we maar hopen dat het vanavond en vannacht zonder al teveel overlast zal verlopen.

¹ Zie mijn blog Provocatie?!? van 6 januari jl.




Eindelijk weer een blog!

03:24, Sunday 25 April 2010 .. 0 reacties .. Link

De afgelopen paar weken heb ik geen blogs geplaatst. Dat komt eigenlijk doordat er niet zo heel veel boeiends is gebeurd in politiek Den Haag. Alle partijen zijn op dit moment maar met één ding bezig en dat zijn de aankomende verkiezingen. Zo hebben inmiddels alle partijen hun kandidatenlijst en verkiezingsprogramma gepresenteerd en hebben verschillende partijen een ledencongres gehouden. Een aantal daarvan zijn in het nieuws geweest. Zo eisten de leden van GroenLinks dat het referendum uit het verkiezingsprogramma werd gehaald en mag Femke Halsema als partijleider en lijsttrekker doorgaan, D66 presenteerde een aantal ministerskandidaten voor als ze straks onderdeel van de regeringscoalitie mochten gaan uitmaken en van het ledencongres van de Partij van de Dieren weten we niets omdat het zich buiten het zicht van de camera's afspeelde.

De PvdD heeft de afgelopen paar dagen wel vaker het nieuws gehaald, maar niet op een positieve wijze. Zo staat partij- en fractiegenoot Esther Ouwehand niet langer op de kandidatenlijst, terwijl ze heeft aangegeven nog een termijn in de Kamer te ambiëren. Leden hebben verontwaardigd gereageerd op het nieuws. Afdelingen in Zeeland en Noord-Holland - of 'werkgroepen' zoals het binnen deze partij heet - heeft om die reden alle campagne-activiteiten gestaakt en op een internetforum hebben enkele partijleden een petitie gestart om Ouwehand alsnog (op de tweede plaats) op de kieslijst te plaatsen. En nu maar afwachten of het enig resultaat oplevert.

Maar back on topic. Afgezien dat er niet heel veel boeiends gebeurt in de politiek ben ik daarnaast ook druk bezig geweest met een cursus webpage design, het updaten en verbeteren van mijn website en allerlei andere randzaken. 't Schiet inmiddels goed op met de cursus: ik hoop eind volgende week alles afgerond te hebben. Hoewel ik ontzettend veel van de cursus heb geleerd is het jammer - beter gezegd: betreurenswaardig - dat het lesmateriaal niet van recente datum is. Uit de teksten, figuren en bijgeleverde software bleek gewoon dat het cursusmateriaal enkele jaren geleden geschreven was. Soms staat het zelfs letterlijk in de tekst: "Het is nu zomer 2004 als ik deze les schrijf". En toch reclame maken en pronken met hun ISO-certificaat "dat betrekking heeft op het ontwikkelen en actualiseren van cursussen, het didactisch begeleiden van cursisten en het examineren van cursisten" aldus de website van de NHA. Daar blijkt dus niets van als je zes jaar lang je lesmateriaal voor een computercursus niet aanpast. Gelukkig dat ik een handboek HTML en CSS bij de hand had en op internet veel informatie over webpage design is terug te vinden. Al met al wel leerzaam voor mij, maar achteraf gezien was het wellicht verstandiger geweest honderd euro meer investeren voor een vergelijkbare cursus bij de LOI. Advies: als je een cursus start bij de NHA, bekijk dan vooraf goed of het lesmateriaal aan je verwachtingen voldoet. Zo niet, dan kun je alle materialen binnen acht dagen geheel vrijblijvend retourneren. Tweede tip: als je lesmateriaal retourneert, doe dit dan aangetekend. Bij de LOI claimde men in eerste instantie dat ze m'n pakket niet hadden ontvangen en werd er alsnog bijna driehonderd euro van mijn rekening afgeschreven. Later zagen ze alsnog dat ze m'n pakket hadden ontvangen. Ditmaal is alles dus goed afgelopen, maar ze hadden ook aan hun verhaal kunnen vasthouden en dan had ik geen poot gehad om op te staan. Bij het TNT agentschap waar ik mijn pakketje had aangeleverd had ik geen transactiebon of verzendbewijsje gekregen. Dit was volgens de medewerker niet nodig, omdat het pakketje niet aangetekend werd geretourneerd. Door schade en schande wordt men wijs zullen we maar zeggen.

M'n website die ik voor de cursus heb gemaakt staat inmiddels online. Maar om een of andere reden houd ik de nodige problemen met de vormgeving. Op de computer waar ik de website heb gemaakt is er niks aan de hand, maar zodra ik op een andere pc kijk wordt alles over elkaar geen geplaatst. Dus toch nog ff wat meer aandacht schenken aan de vormgeving. 

Volgende keer misschien weer een blog over de politiek. Moet er wel eerst iets interessants gebeuren. Dat zal vast wel gebeuren met de verkiezingen in zicht.




Personendemocratie?

11:14, Thursday 1 April 2010 .. 0 reacties .. Link

In mijn vorige blog heb ik het al kort gehad over waarom bekende personen, celebrities, BN’ers of hoe je ze ook wilt noemen op de kieslijst van een politieke partij worden gezet. Als voorbeelden noemde ik Pia Dijkstra, Magda Berendsen en Filemon Wesselink. Zo zijn er nog tal van andere voorbeelden te noemen waarin het belang van personalisering in de politiek benadrukt wordt: in de jaren zeventig gebruikte de PvdA de verkiezingsslogan “Kies de minister-president” om lijsttrekker Joop den Uyl in het pluche te helpen. In 2006 stonden onder andere Maarten ’t Hart en Georgina Verbaan op de kandidatenlijst bij de Partij voor de Dieren. De verkiezingsstunt van Filemon Wesselink heb ik al in mijn vorige blog genoemd. Oud minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Thom de Graaf (D66) bandrukte in zijn Hoofdlijnennotitie ‘Naar een sterker parlement’ dat politieke partijen weliswaar centraal staan in het parlementaire bestel, maar dat er tevens een “onmiskenbare verpersoonlijking van de politiek” valt te signaleren:

"In het laatste kwart van de vorige eeuw werd duidelijk dat kiezers hun keuze niet meer in eerste instantie laten bepalen door de verkiezingsprogarmma's, maar door het vertrouwen dat zij hebben in politici. De overtuigingskracht van politici, de wijze waarop zij hun boodschap weten uit te dragen is daarmee veel belangrijker geworden."

Ook in wetenschappelijke publicaties wordt het belang van de ‘poppetjes’ in de politiek benadrukt. Zo stelt Bernard Manin (1997) dat personalisering vandaag de dag steeds meer een rationele electorale keuze is geworden, en trekt hierbij een vergelijking met hoe politici in de negentiende eeuw gekozen werden. Hoogleraar Media en Populaire Cultuur Liesbet van Zoonen (2006) benadrukt dat personalisering “onomkeerbaar” is en altijd een factor van belang is geweest in de Nederlandse politiek. De Belgische taalkundige Jan Blommaert (2001, 2007) stelt dat de “megapromotie” van de politiek door massamedia – hij spreekt over ‘mediatisering’ – een proces heeft geïnitieerd waarbij ideologie uit de politieke analyses verdwijnt en vervangen wordt door personalisering, met alle nadelige gevolgen van dien (populisme, oppervlakkigheid in het debat, verrechtsing). Uit recent onderzoek van politicoloog Martin Rosema (2006) is gebleken dat strategisch stemgedrag een belangrijkere rol speelt in Nederland dan voorheen werd gedacht. Als vooraf niet duidelijk is welke partij de grootste zal worden en welke coalitie er gesmeed zal worden, zal er een nek-aan-nek race plaatsvinden tussen de lijsttrekkers van twee of meerdere partijen. Dit gaat vaak ten kosten van de kleinere partijen die niet als Regieringsfähig worden beschouwd. En zo zijn er nog diverse onderzoeken verschenen over populisme, waarvan het succes wordt verklaard door de aanwezigheid van een charismatische politieke leider.

 

Er zijn dus tal van voorbeelden te noemen en publicaties verschenen die het belang van de ‘poppetjes’ in de politiek benadrukken. Maar is dit de hele waarheid? Wordt het belang van personalisering niet schromelijk overdreven? Zijn er niet enige nuanceringen in aan te brengen? In mijn ogen wel.

In de eerste plaats waarin naar mijn mening het belang van ‘poppetjes’ niet overdreven moet worden, is het feit dat er slechts enkele politici met voorkeursstemmen in de Tweede Kamer belanden. In de jaren vijftig, zeventig en tachtig is slechts één politicus in de Kamer beland op basis van voorkeursstemmen. In 1998 kwamen er maar liefst twee politici in de Kamer doordat zij voldoende voorkeursstemmen hadden behaald. In 2002 belandde Tineke Huizinga-Heringa (CU) met voorkeursstemmen in de Tweede Kamer, in 2003 lukte twee politici dit, en bij de laatste verkiezingen slaagde alleen Fatma Koser Kaya (D66) hierin. Het feit dat de afgelopen jaren vaker politici met voorkeursstemmen in de Tweede Kamer belanden, is wellicht toe te schrijven aan de daling van de drempel van het aantal voorkeursstemmen dat een kandidaat dient te behalen: voorheen was de drempel 50% van de kiesdeler – dat is het aantal stemmen dat een partij in de wacht moet slepen om een Kamerzetel te bemachtigen – in 1998 daalde deze drempel naar 25%. Concreet betekent dit dat een kandidaat ruim 16.000 stemmen dient te behalen om in aanmerking te komen voor een Kamerzetel. Ter illustratie: de omvang van het electoraat in Nederland is ongeveer 13,2 miljoen. In de Eerste Kamer komen kandidaten vaker met voorkeursstemmen in de Kamer terecht. Dit is te verklaren doordat de stemgerechtigden – de leden van de Provinciale Staten – ieder een eigen stemgewicht hebben (deze is gerelateerd aan het inwoneraantal van de provincie) waardoor het eenvoudiger is het aantal benodigde voorkeursstemmen te behalen. Kortom, als je kijkt naar het aantal kandidaten dat met voorkeursstemmen in de Tweede Kamer of Senaat belandt, valt dit aandeel reuze mee. In dit opzicht speelt personalisering dus een bescheiden rol.

Een tweede nuancering waarom het belang van personalisering niet overdreven moet worden heef te maken met de inrichting van het politieke bestel. In tegenstelling tot diverse Westerse landen zoals België, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika, kent Nederland geen districtenstelsel.  In landen met een districtenstelsel is de band tussen de kiezer en de gekozene vaak hechter: immers, de parlementariër zit op zijn plaats dankzij de gratie van de kiezers uit zijn kiesdistrict. Als kiezers hun onvrede willen uiten, zullen zij ‘hun’ vertegenwoordiger hierop aanspreken. Ten slotte bezoekt de vertegenwoordiger regelmatig zijn kiesdistrict om tekst en uitleg te geven over de gang van zaken. In Nederland is deze band niet bepaald hecht te noemen: vaak kennen we de vertegenwoordiger enkel bij naam. Maar daartegenover staat dat Nederland een actieve civil society of maatschappelijk middenveld kent. Als kiezers hun onvrede willen uiten of maatschappelijke problemen aan de kaak willen stellen, doen zij dit vaak op niet-geïnstitutionaliseerde wijzen, zoals protestparticipatie (protestmars, aanbieden van petities). Ook op dit vlak speelt personalisering dus een ondergeschikte rol in het Nederlandse politieke bestel.

Een derde argument om de vermeend belangrijke invloed van personalisering in de politiek te nuanceren, heeft te maken met de wijze stemmen worden uitgebracht. Een stem op de lijsttrekker van een partij kan twee dingen betekenen: (1) dat hij een voorkeursstem heeft gekregen van een kiezer, of (2) dat de kiezer een stem op de partij heeft uitgebracht. Het onderscheid tussen een partijstem en een voorkeursstem is moeilijk te maken. In Nederland werken we met een zogeheten lijsstelsel. Dat betekent simpelweg dat een politieke partij een lijst met kandidaten opstelt en dat iedere stem die wordt uitgebracht in feite een stem is voor de partij. Alle behaalde stemmen worden opgeteld, gedeeld door de kiesdeler en de eerste x-aantal kandidaten op de lijst krijgt een Kamerzetel. Dit is anders in een personenstelsel waar de stem die een kiezer uitbrengt alleen ten goede komt aan de persoon waar hij zijn stemt op uitbrengt. Als we in Nederland de voorkeursstem echt een toegevoegde waarde willen toekennen, zou het niet onverstandig zijn om een onderscheid te maken tussen een voorkeursstem en een partijstem. Oftewel, naast de partijnaam een extra hokje maken die de kiezer kan aankruizen als hij een partijstem wil uitbrengen. Iedere stem op een persoon is dan een echte voorkeursstem.

Hierboven heb ik diverse voorbeelden en publicaties genoemd waaruit blijkt dat personalisering een belangrijke factor vormt in de Nederlandse politiek. Tevens heb ik een aantal nuances aangebracht om het effect van personalisering niet te overschatten. Feit is dat personen altijd een vooraanstaande rol hebben gespeeld en zullen spelen in de toekomst. Denk maar eens aan het Lubbers-effect, het Van Mierlo-effect, of de clash tussen oud-premiers Dries van Agt (KVP/CDA) en Joop den Uyl (PvdA). Personen vormen de personificatie van politieke partijen en het gezicht van de politiek: zij voeren verkiezingscampagne, zij dragen de boodschap van de partij uit, zij voeren het parlementaire debat, en zij winnen of verliezen verkiezingen. Personen geven, letterlijk en figuurlijk, handen en voeten aan het politiek spel. Hoewel politiek voor een groot deel draait om personalisering, kun je politiek bedrijven niet simplificeren tot een imagokwestie. Politiek draait ook om het formuleren van idealen en maatschappelijke problemen, het concretiseren van idealen, het voeren van het maatschappelijk debat en het vormgeven van de samenleving.





Samenstelling kandidatenlijsten

16:42, Tuesday 30 March 2010 .. 0 reacties .. Link

De Tweede Kamerverkiezingen komen er weer aan: op woensdag 9 juni mogen we weer naar de stembus. De eerste partijen hebben hun verkiezingsprogramma gepresenteerd en langzaamaan komen ook de kieslijsten voorbij. Onder andere de PvdA, D66 en CDA hebben de kandidaten de afgelopen paar dagen gepresenteerd aan de media. Opvallend, en soms ronduit teleurstellend te noemen.

Bij de PvdA hebben ze kennelijk helemaal niets geleerd van de vorige keer. In 2006 had de partij op basis van evenredige vertegenwoordiging van de seksen de kieslijst samengesteld. Dus eerst een man op de lijst, dan weer een vrouw, vervolgens weer een man, daarna weer een vrouw etc. Op deze samenstelling is veel kritiek geleverd door partijgenoten. De commissie-Vreeman, een commissie die in het leven was geroepen om een analyse te maken van de verkiezingsnederlaag van de partij in 2006 onder leiding van Ruud Vreeman, kreeg middels een motie als extra opdracht om een uitspraak te doen over de gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen op de kandidatenlijst. De commissie was er allerminst enthousiast over: bij het opstellen van de kieslijst moesten criteria als regio, leeftijd, etniciteit en sekse ondergeschikt zijn aan politiekinhoudelijke criteria zoals het bezit van kennis, vaardigheden, ervaring en imago. Evenredige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen behoorde een "morele opdracht" te zijn die op een andere manier ingevuld moest worden dan het om-en-om plaatsen van mannen en vrouwen. Oftewel, eens maar nooit meer aldus de commissie.

Ook partijprominent Klaas de Vries was niet te spraken over de samenstelling van de kieslijst. Ondanks zijn senioriteit, ervaring en kennis belandde hij op de 23e plaats op de kandidatenlijst. Onacceptabel in ogen van menig partijgenoot. Enkele jonge PvdA-leden begonnen daarom een offensief tegen het partijbestuur. Er werd een website in het leven geroepen - http://www.kiesklaas.nl (inmiddels in gebruik genomen door de VVD Breda) - waar werd opgeroepen om De Vries op de derde plaats te zetten. Meer dan 2.500 steunbetuigingen kwamen binnen, waaronder van tal van sympathisanten zoals wijlen Bart Tromp, Henny Stoel, Paul de Leeuw en Jet Bussemaker.

Ondanks alle commentaren en ervaringen in het verleden houdt de PvdA krampachtig vast aan het vorige eeuwse principe van positieve discriminatie. Mijn advies: laat dat nou eens los. Stel de kieslijst samen op basis van kwaliteiten en capaciteiten van mensen in plaats van geslacht. Kiezers vinden het belangrijker dat er kwlitatief goede volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer dan evenredig veel mannen en vrouwen.

Ook bij D66 is er wel het een en ander op te merken over de samenstelling van de kandidatenlijst. Afgelopen maandag - 29 maart - presenteerde de partij haar kandidaten. In tegenstelling tot 2006 vond de presentatie ditmaal niet plaats in de achtertuin van partijleider Pechtold. In de peilingen staat de partij er goed voor en zullen de Democraten waarschijnlijk wel een aantal malen in omvang groeien. Oftewel, veel nieuwe en onbekende gezichten op de lijst. Maar dat geldt niet voor iedereen. Op nummer 16 staat oud-nieuwslezeres Pia Dijkstra. Ik zag haar gisteren bij De Wereld Draait Door en op dat moment dacht ik meteen "moet zij nou ons gaan vertegenwoordigen in de Tweede Kamer?". Een uitstraling van niks, nog steeds hetzelfde oubollige kapsel van twintig jaar geleden, absoluut geen overtuigingskracht. Zat er echt niet meer talent tussen de ruim 400 sollicitanten?

Politieke partijen maken vaak dankbaar gebruik van bekende Nederlanders, omdat deze mensen als een soort stemmenmagneet gebruikt worden. Maar D66 gaat hiermee wel heel erg ver. Zo solliciteerde BNN presentator Filemon Wesselink, bij wijze van grap, in 2006 bij enkele partijen als kandidaat-Kamerlid. Dat kreeg wel heel serieus vorm toen Filemon ineens op de conceptversie van de kieslijst werd geplaatst. Weliswaar niet direct op een verkiesbare plaats, maar dat had zomaar kunnen veranderen door de leden omdat zij uiteindelijk de volgorde van de lijst bepalen. Op de definitieve lijst was zijn naam (gelukkig!) geschrapt.

En de nummer 2, de korpschef van de politie Fryslân Magda Berendsen. Een vrouw met veel ervaring op het gebied van veiligheid als oud-burgemeester en korpschef. Zij zal waarschijnlijk aangetrokken zijn om de partij het imago te geven dat zij van veiligheid een issue willen maken, in de hoop dat ze met deze doorzichtige verkiezingsstunt kiezers kunnen weghalen bij andere partijen. Want als er één partij de afgelopen jaren angstvallig stil is geweest omtrent veiligheid en integratie, is het wel D66. Het zou mooi zijn als daar nu eens een einde aan kwam.

Ten slotte het CDA. Nu veel oudgediende Kamerleden hun vertrek aankondigden de afgelopen weken was mijn verwachting dat er veel nieuwe gezichten in de Kamer terecht zouden komen. Bij het CDA gebeurt dat vooralsnog niet. Het eerste nieuwe gezicht staat pas op nummer 20 van de kieslijst: Hanke Bruins Slot. Op haar na zijn de eerste dertig namen allemaal bekende politici uit Den Haag.

Dat er veel bekende gezichten en weinig nieuwkomers op de lijst staan is niet per definitie een verwijt, begrijp me niet verkeerd. Het is goed om kennis en ervaring te mobiliseren ten tijde van verkiezingen. Vroeger was het Kamerlidmaatschap een roeping, tegenwoordig wordt het veelal beschouwd als een tussenstap of een opstapje. Het gevolg van deze ontwikkeling is dat de anciënniteit - de tijd dat iemand in de Tweede Kamer zit - sterk afgenomen is en daarmee de parlementaire kennis en ervaring is weggevloeid. Als je twee kabinetsperiodes in de Tweede Kamer zit, is dat al lang te noemen. Over enkele decennia bekeken is de gemiddelde ervaring van Kamerleden gestaag gedaald. In de eerste helft van de twintigste eeuw hadden Kamerleden gemiddeld bijna 10 jaar ervaring. Tot het eind van de jaren zeventig lag de anciënniteit van Kamerleden tussen 8 tot 10 jaar. Op 1 januari 2010 was de gemiddelde ervaring van Kamerleden 5 jaar en 7 maanden. De nestor van de Tweede Kamer is, met kop en schouders, Bas van der Vlies (SGP) met ruim 10.500 dagen (ruim 28,5 jaar). Waarschijnlijk dat niemand dat ooit nog zal inhalen in de toekomst.




In Memoriam Hans van Mierlo

11:14, Saturday 13 March 2010 .. 0 reacties .. Link

Hieronder enkele woorden die gewijd zijn aan het plotse overlijden van Hans van Mierlo.

Op donderdagavond 11 maart 2010 werd het nieuws kenbaar gemaakt: Hans van Mierlo was op 78-jarige leeftijd in zijn woonplaats te Amsterdam gestorven aan de complicaties van een levertransplantatie die 10 jaar eerder had plaatsgevonden. In eerste instantie dacht ik dat ik het verkeerd had verstaan, maar het was echt zo. Ik heb het nieuws van zijn overlijden menig maal bekeken, alsof het niet tot me leek door te dringen.

Van Mierlo wordt als de oprichter van D66 beschouwd. Eerlijk is eerlijk, dat is wel heel erg veel lof voor één man. Het is allemaal begonnen in het najaar van 1965, toen Peter Baeh en Erik Visser filosofeerden over de vernieuwing van het politieke bestel, deze ideeën aan het papier toevertrouwden en met politicus Hans Gruijters in contact traden (die net de VVD had verlaten). Deze laatste introduceerde Hans van Mierlo aan het duo. Van Mierlo kon zich in de ideeën van Baeh en Visser vinden. Samen met nog zo'n 40 anderen vormden zij het Initiatiefcomité D'66. Tegen wil en dank werd Van Mierlo de voorzitter van dit comité (hij had liever gezien dat Gruijters, de man met politieke ervaring, deze taak op zich had genomen, maar hij vond zijn argumenten niet afwegen tegen die van Gruijters). De vraag is hoe deze groep zich aan de buitenwereld zou presenteren: als buitenparlementaire groepering, als actiegroep of als politieke partij. Ze besluiten om als politieke partij verder te gaan. Om te kijken of er genoeg animo was voor hun partij schreven zij het bekende Appèl-pamflet waar een adhesiekaart aan was toegevoegd met de vraag of ze het initiatief moesten doorzetten of niet (Van Mierlo schreef de eerste conceptversie van dit pamflet). Zo'n 20% reageerde positief op deze vraag. Na een chaotisch verloop van het oprichtingscongres komt de partij met haar eerste verkiezingsprogramma en kandidatenlijst. Van Mierlo werd, wederom enigszins met tegenzin, de eerste lijsttrekker van de nieuwe partij in wording. En bij de vervroegde verkiezingen van februari 1967 - na de val van het kabinet-Zijlstra in de beruchte Nacht van Schmelzer (oktober 1966) - wist Van Mierlo 7 zetels in de wacht te slepen. Tegenwoordig lijkt het niets bijzonders, maar toentertijd werd het beschouwd als een politieke aardverschuiving in het verzuilde politieke bestel.

Tot zover de historische achtergronden over de totstandkoming van D66. Ik zou een opsomming kunnen geven van allerlei politieke hoogte- en dieptepunten van Van Mierlo en D66, maar dat zal ik niet doen. Voor geïnteresseerden: lees de dissertatie "Tussen ideaal en illusie" van politicoloog Menno van der Land. Dit boek geeft een zeer uitvoerige geschiedschrijving van D66 tussen 1966 en 2003, met alle hoogte- en dieptepunten.

Ik zal nu enkele persoonlijke herinneringen aan Van Mierlo beschrijven. Ik heb de eer gehad om de man in zijn huis aan de Herengracht te interviewen. Dat was daags na Sinterklaas, op 6 december 2007. Voor mijn master Politiek en Parlement deed ik onderzoek naar de kabinetsformatie van het derde kabinet Lubbers (1989). De hoofdvraag van mijn onderzoek was waarom D66 afzag van regeringsdeelname. Naast allerlei geschreven bronnen moesten we ook iemand die direct betrokken was bij de kabinetsformatie interviewen. Van Mierlo was als lijsttrekker direct betrokken bij de formatieonderhandelingen. De ideale interviewrespondent voor mijn onderzoek dus. Hij stemde in met een interview. Wat mij opviel was dat hij, bijna twintig jaar na dato, nog met allerlei scherpe inzichten en analyses op de proppen kwam. Het leek wel alsof hij het geheugen had van een olifant. Niet alleen zijn scherpe inzichten vormden een waardevolle aanvulling op mijn onderzoek: ook wist hij zich enkele gebeurtenissen voor de geest te halen waarvan nergens in de literatuur vermelding werd gemaakt (tenzij hij of andere betrokkenen hiervan ergens in hun persoonlijk archieven aantekeningen hebben). Het interview met Van Mierlo vormde een waardevolle bijdrage aan mijn onderzoek.

Zijn geheugen, inzichten en analyses en hebben een diepe indruk op mij achtergelaten. Ook zijn enthousiasme, overtuiging en de manier waarop hij zijn idealen wist uit te dragen heb ik als indrukwekkend ervaren. Van Mierlo was een visionair, een filosoof, een inspirator en een idealist, maar tegelijkertijd ook een realist. Deze karaktereigenschappen zullen mij altijd bij blijven. Niets anders dan lovende woorden over deze man.

Hans van Mierlo, alias 'navelmans' zoals hij door sommigen ook wel genoemd werd, zal gemist worden. Moge hij rusten in vrede.

Ik wens zijn familie, vrienden en kennissen veel kracht en sterkte toe bij de verwerking van dit enorme verlies.



Hans van Mierlo (18 augustus 1931 - 11 maart 2010)




Leiderschapswisseling is geen toeval

03:50, Friday 12 March 2010 .. 1 reacties .. Link

Twee politieke aangelegenheden zijn vandaag prominent in het nieuws: het overlijden van D66-boegbeeld Hans van Mierlo (78) en de leiderschapswissel binnen de PvdA. Over beide aangelegenheden wil ik het nodige vertellen, maar dat doe ik in twee afzonderlijke blogs. Deze blog zal ik wijden aan de leiderschapswissel, de volgende aan het overlijden van Van Mierlo.

Vandaag maakte Wouter Bos in een persconferentie kenbaar dat hij niet langer het lijsttrekkerschap van de PvdA op zich wilde nemen. Reden: hij wil meer tijd vrijmaken voor zijn vrouw en kinderen. Tevens stelde Bos dat hij niet in de politiek wilde terugkeren, ook niet als Kamerlid. Geluiden die we vaker hebben gehoord de afgelopen paar dagen (Balkenende en Eurlings). Maar het tegenovergestelde hebben we eveneens gehoord (Plasterk en Cramer). Anyway, Bos wil dus niet langer binnen de Haagse kringen actief zijn voor zijn partij. Maar er spelen ook belangrijke partijpolitieke overwegingen mee in deze beslissing.

De leiderschapswisseling heeft Bos de nodige kritiek opgeleverd. Nadat hij had medegedeeld de politiek te verlaten maakte hij tevens kenbaar dat hij de burgemeester van Amsterdam, de 62-jarige (!) Job Cohen, had gevraagd of hij zich wilde kandideren om het het partij- en lijsttrekkerschap op zich te nemen. Volgens eigen zeggen had het partijbestuur hem officieel gevraagd om zich te kandideren, maar een aantal weken daarvoor had Bos al bij hem aangeklopt met deze vraag. Diverse partijbonzen hebben de nodige geuit omtrent deze gang van zaken. Bram Peper vindt dat Bos het te snel heeft opgegeven, Jacques Tichelaar stelt dat het allerminst vanzelfsprekend is dat Cohen de opvolger wordt van Bos, Jacques Monash spreekt over "achterkamertjespolitiek" en Mary Fiers vindt de timing van de wisseling - zo kort voor de verkiezingen in juni - ongelukkig. Uiteindelijk zijn het de leden die bepalen of Cohen het nieuwe gezicht van de partij wordt. Waarschijnlijk zal er op het aankomende partijcongres een ledenreferendum worden uitgeschreven waarin de leden zich kunnen uitspreken over Cohen, zoals gebruikelijk is binnen de PvdA.

In mijn ogen is het een legitieme reden van Bos om het politieke métier aan zich voorbij te laten gaan omdat het moeilijk valt te rijmen met zijn privéleven. Maar dat is niet het hele verhaal. Anders gezegd, ik geloof niet dat Bos zich enkel uit de politiek terugtrekt om meer tijd en aandacht te schenken aan zijn vrouw en kinderen. Er liggen naar mijn inzien andere motieven aan ten grondslag om uitgerekend op dit tijdstip met een leiderschapswisseling te komen.

In de eerste plaats heeft het met de aankomende verkiezingen te maken. Zoals het er nu in de peilingen naar uitziet zullen de PVV, D66 en Groenlinks (sterk) groeien en de coalitiepartners zetels moeten inleveren, de ChristenUnie misschien uitgezonderd. Door deze kentering - de combinatie van enerzijds een aanzienlijke groei van de oppositie en anderzijds verlies van de voormalig coalitiepartijen - zal het nog lastig schipperen worden om een nieuw kabinet te formeren.¹ Waarschijnlijk zal er op aangestuurd moeten worden om een vier of misschien zelfs vijfpartijenkabinet te formeren. En aangezien de kans klein is dat partijen serieus met de PVV willen samenwerken, betekent dat de kans groot is dat het CDA en de PvdA weer tot elkaar veroordeeld zijn. De samenwerking tussen het CDA onder leiding van Balkenende en de PvdA onder leiding van Bos is het afgelopen kabinet bijna synoniem voor ruziemakerij, onenigheid, conflict en 'misverstanden'. Een nieuw gezicht zou een nieuwe samenwerking tussen beide partijen kunnen faciliteren. Vandaar dat de PvdA nu met een leiderschapswisseling komt.

In de tweede plaats is het niet alleen bij de gemeenteraadsverkiezingen maar ook in de peilingen pijnlijk zichtbaar geworden dat veel kiezers het vertrouwen in de PvdA hebben verloren.² Of misschien anders geformuleerd: dat veel kiezers het vertrouwen in Bos hebben verloren. Door een politiek zwaargewicht in te zetten in de strijd om de gunst van de kiezer, moeten de kiezers die zijn weggelopen en zwevende (twijfelende) kiezers over de streep getrokken worden om straks in juni (opnieuw) op de PvdA te stemmen. Het zal een zware taak van Cohen worden om in de paar maanden voor de verkiezingen het vertrouwen van de weggelopen kiezers terug te winnen, de partij nieuw elan in te blazen en bij de formatie een goed onderhandelingsresultaat te behalen. Een eerste peiling in opdracht van Eén Vandaag laat zien dat Cohen een gewilde kandidaat is voor het premierschap: maar liefst 52% van de 16.000 deelnemers aan de enquête ziet Cohen het liefst als nieuwe minister-president.  

Er gaat dus veel meer schuil achter deze voor de buitenwereld vermeend onschuldig ogende wisseling van de wacht. Met het oog op de aankomende parlementsverkiezingen in juni is het in het belang van de PvdA dat Bos plaatsmaakt voor Cohen als partijleider, in de eerste plaats om een goede en betrouwbare partij te vormen aan de onderhandelingstafel, en in de tweede plaats om stemmen en daarmee gepaard gaand Kamerzetels te winnen. Partijpolitieke belangen spelen dus een belangrijke rol in deze kwestie. 

Ter afsluiting het volgende.

Je ziet niet alleen bij de PvdA dat ze er rekening mee houdt dat het na de verkiezingen in juni taaie formatieonderhandelingen zullen worden. Ook binnen het CDA houden ze daar rekening mee. Zo is de gang van zaken rondom de twee rapporten die over oud-minister Zalm (VVD) zijn verschenen over zijn functioneren bij DSB rondom dubieus te noemen. De DNB zegt dat Zalm niets te verwijten valt over zijn optreden als oud-topman bij DSB en de AFM beweert het tegendeel en eist zelfs dat Zalm opstapt als directeur van ABN Amro. De Tweede Kamer vindt het vreemd dat twee 'waakhonden' met uiteenlopende verklaringen conclusies komen en vraagt demissionair minister Jan Kees de Jager (CDA) om opheldering. Deze weigert vervolgens de rapporten vrij te geven omdat deze vertrouwelijke informatie zouden bevatten. Ik vermoed dat Balkenende De Jager heeft aangesproken hierop en heeft gesuggereerd de kant van de DNB te kiezen om Zalm vrij te pleiten en zo een ruzie met de VVD te voorkomen. Het kan namelijk zo zijn dat deze partijen straks met elkaar door één deur moeten. Zo'n nare gebeurtenis vlak voor de verkiezingen kan dan roet in het eten gooien. Een vorm van appeasement om de samenwerking na de verkiezingen te bevorderen.

¹ Zie ook mijn weblog The days after van vrijdag 5 maart.
² Je zou ook naar de ledenaanwas, of beter gezegd het ledenverlies van de partij kunnen kijken: in 2009 hebben zich per saldo bijna 2.000 leden uitgeschreven als lid, een verlies van 3,4% ten opzichte van het voorgaande jaar.




The days after

12:59, Friday 5 March 2010 .. 1 reacties .. Link

Inmiddels leven we nu enkele dagen na de gemeenteraadsverkiezingen. In die tijd is er al weer van alles in het nieuws geweest. Agnes Kant stapt op als partijleider van de SP, een kwart van de CDA-stemmers wil af van Jan Peter Balkenende en Wouter Bos heeft de ambitie uitgesproken om de volgende premier te worden als zijn partij de grootste wordt. De verkiezingsuitslag is allerminst eenduidig te noemen, maar biedt ook perspectieven om Nederland, zowel op lokaal als op nationaal niveau, te moderniseren.

Er zijn winnaars en verliezers aan te wijzen. PvdA, CDA en SP hebben een groot aantal raadszetels ingeleverd, D66 en GroenLinks hebben flink gewonnen. De PvdA is meer dan 500 raadszetels kwijtgeraakt. En dan is Bos nog steeds blij met het resultaat, want in de laatste peilingen gaat het inmiddels weer iets beter met de partij (24 Kamerzetels ten opzichte van 14 een aantal weken geleden). Met de SP gaat 't de laatste maanden ook wat slechter in de peilingen en Kant trekt daaruit haar conclusies en stapt op als boegbeeld van de partij. D66 is in vrijwel alle gemeenten wel zo'n beetje verdubbeld. In Nijmegen is de partij drie keer zo groot geworden - van twee naar zes zetels - en in Haarlem zelfs vier keer zo groot. In gemeenten waar ze voor het eerst meededen of nul zetels behaalden bij de vorige verkiezingen hebben ze ook goede resultaten geboekt: in Oude IJsselstreek heeft de partij drie zetels in de wacht gesleept, in Alblasserdam eveneens drie en in Asten hebben ze nu twee zetels. GroenLinks heeft ook flink wat raadszetels gewonnen en in Utrecht zijn ze zelfs de grootste partij geworden. Ook in Nijmegen heeft de partij goede zaken gedaan en zijn ze de op-één-na grootste partij geworden.

Maar er zijn nog meer groepen die zich als winnaar mogen bestempelen. In de eerste plaats de lokale partijen, de lokalo's. Het voorbeeld bij uitstek is natuurlijk Leefbaar Rotterdam van Marco Pastors. Deze partij is samen met de PvdA de grootste partij geworden. Maar ook elders in het land hebben de 'leefbaren' veel raadszetels gewonnen. In de tweede plaats hebben de nieuwkomers Trots op Nederland (TON) en de PVV flink gewonnen. TON heeft meer dan 50 raadszetels gewonnen. In de gemeente Pijnacker-Nootdorp stemde één op de tien kiezers op TON. De PVV heeft haar winst verzilverd door de grootste partij te worden in Almere en de tweede partij in Den Haag. Ten slotte kan de VVD ook als winnaar gezien worden van de verkiezingen met bijna 200 extra raadszetels. En tegen de verwachting van menig commentator in wist de VVD in Almere en Den Haag stand te houden tegenover de PVV. RTL Nieuws presentator Jan de Hoop suggereerde dat de partij van Mark Rutte desondanks toch verloren had, want als de PVV niet had meegedaan in deze gemeenten hadden ze wellicht meer zetels in de wacht gesleept. Tja, "what if..............."

Je zou dus kunnen vaststellen dat veel van de traditionele partijen raadszetels hebben verloren en dat nieuwkomers en de lokalo's hebben gewonnen. Maar een echt verhelderend beeld geeft het niet, want je ziet dat zowel aan linker- als aan de rechterkant van het politieke spectrum partijen hebben gewonnen en verloren. En het beeld wordt nog troebeler als je naar de peilingen van de landelijke verkiezingen gaat kijken. Het lijkt wel een gatenkaas: het electoraat is zeer verdeeld. Zowel de rechtse partijen die zich profileren met onderwerpen zoals veiligheid, integratie en bereikbaarheid als linkse partijen die zich profileren op issues zoals duurzaamheid, groen, innovatie en Europa winnen stemmen.

Als deze verkiezingen tekenen aan de wand zijn voor de aankomende parlementsverkiezingen, dan voorspel ik zwaar weer. Zojuist heb ik al enkele dimensies geschetst waaruit blijkt dat de verkiezingsuitslag niet eenduidig te interpreteren is. Neem het volgende maar eens in overweging (ik ga er voor het gemak even van uit dat de laatste opiniepeiling de verkiezingsuitslag is de Tweede Kamerverkiezing): een driepartijenkabinet zal moeilijk, zo niet onmogelijk, zijn om te formeren omdat geen enkele denkbare coalitie op een parlementaire meerderheid kan rekenen. Een rechts kabinet bestaande uit CDA, VVD en PVV behaalt slechts 24+19+27=70 zetels.¹ Een vierde partij zoals de ChristenUnie zal nodig zijn om een parlementaire meerderheid te behalen. Een linkse coalitie bestaande uit PvdA, D66, GroenLinks en SP zal ook niet verder komen dan 68 zetels. Voor een dergelijke coalitie zal dus zelfs een vijfde partij nodig zijn om een parlementaire meerderheid in de Tweede Kamer te behalen. Een kabinet bestaande uit CDA, PvdA en VVD (een tweede kabinet Balkenende-II) komt ook niet verder 67 zetels. De vraag of de partijen in deze combinaties met elkaar door één deur kunnen, is nog maar af te vragen.

Mijn verwachting is in de eerste plaats dat de kabinetsformatie veel tijd in beslag zal nemen. Deze wordt naast de verkiezingsuitslag ook nog eens bemoeilijkt doordat diverse politieke kopstukken samenwerking met enkele personen en/of partijen bij voorbaat al uitsluiten: PvdA, D66, SP en GroenLinks willen niet met de PVV een kabinet vormen en vice versa, Balkenende zegt dat een nieuw kabinet met Bos "niet geloofwaardig" is en diverse partijen vinden Balkenende niet opnieuw premier kan worden. Daarbovenop heeft Wilders de verhoging van de AOW-leeftijd als breekpunt voor de kabinetsformatie verklaard.

In de tweede plaats verwacht ik een terugkeer naar de brede basis, zoals we die in de jaren vijftig van de vorige eeuw kenden. De Tweede Wereldoorlog was ten einde en het land moest opnieuw opgebouwd worden. Het adagium "alle schouders eronder" heerste toen zeer sterk: er was een besef - sterker nog: een bijna heilige overtuiging - dat iedereen nodig was om het land op te bouwen. Nederland zou en moest sterker uit de strijd komen dan vóór de oorlog. Dat betekende ook dat de politiek leiders met elkaar moesten samenwerken, zowel de katholieken als de protestanten, sociaal-democraten en de liberalen. Al deze partijen vormden tezamen de kabinetten Drees. De samenwerking werd op menig punt bemoeilijkt doordat er zowel conservatieve als vooruitstrevende krachten tegelijkertijd werkzaam waren. De Grote Doorbraak die de nieuw opgerichte PvdA net ná WO II voor ogen had, waarbij de vooroorlogse zuilenstructuur doorbroken moest worden, had zich weliswaar niet doorgezet maar de partij liet zich hierdoor niet uit het veld slaan. Dat leverde de nodige problemen en irritaties op in de rooms-rode samenwerking. De huidige peilingen laten zien dat een dergelijke brede coalitie noodzakelijk is.

Een brede coalitie zal gezien de peilingen niet alleen een noodzaak zijn, maar eveneens wenselijk. Het is vandaag de dag meer dan ooit nodig om met z'n allen "de schouders eronder" te zetten. De huidige economische crisis heeft diepe sporen achterlaten maar vormt tegelijkertijd een goede gelegenheid en mogelijkheid om Nederland op tal van terreinen te moderniseren en klaar te stomen voor de toekomst: een flexibelere arbeidsmarkt, betere doorstroming op de huizenmarkt, een creatieve en innovatieve kenniseconomie en een efficiënt werkende, dienstverlenende overheid. Voor deze hervormingen is een zo breed mogelijk draagvlak in de vorm van zo groot mogelijke parlementaire meerderheid wenselijk. 

De huidige generatie politici hebben een grote verantwoordelijkheid en moeten moedig genoeg zijn om de noodzakelijke stappen te nemen. Niet de onderlinge verschillen benadrukken, maar juist de handen ineen slaan. Je niet laten leiden door partijpolitieke overwegingen, maar deze overstijgen.

 ¹ De cijfers die ik hier gebruik zijn afkomstig van de laatste peiling van Maurice de Hond (zie http://www.peil.nl).




Bedroevende opkomst

01:27, Friday 5 March 2010 .. 0 reacties .. Link

Afgelopen woensdag vonden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. En laat ik maar eens met de opkomst beginnen. De opkomst was ditmaal bedroevend laag: ongeveer 56% van de stemgerechtigden nam de moeite om te gaan stemmen. En dat is de laagste opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. De onderstaande tabel laat de neerwaartse schommelingen zien.

      Opkomst gemeenteraadsverkiezingen sinds 1946

Jaar

Opkomst

Jaar

Opkomst

1946

88,6%

1982

68,3%

1949

91,5%

1986

73,2%

1953

93,7%

1990

62,3%

1958

94,6%

1994

65,3%

1962

94,1%

1998

59,0%

1966

93,4%

2002

57,9%

1970

67,2%

2006

58,6%

1974

69,1%

2010

56,0%

1978

73,7%

 

 

Bron: Politiek Compendium

Wat onmiddellijk opvalt is de hoge opkomst tot 1966. Vanaf 1970 zet de daling in, en behoorlijk fors ook. Dat komt door de afschaffing van de opkomstplicht. Tot die tijd waren kiezers verplicht om te gaan stemmen. Deed je dat niet, dan liep je het risico om een boete te moeten betalen. De opkomstplicht werd tegelijkertijd met het systeem van evenredige vertegenwoordiging en het algemeen mannenkiesrecht ingevoerd in 1917. De gedachte was dat de samenstelling van de Tweede Kamer een zo getrouwe mogelijke weerspiegeling van de samenleving moest vormen. En dan zou je alleen kunnen bereiken als iedere stemgerechtigde zou gaan stemmen: dan voorkom je dat er enige vertekening plaatsvindt. Niet-stemmen werd daarom strafbaar gesteld. Deze maatregel bleek echter zeer moeilijk te handhaven. Verder was men van mening dat de opkomstplicht afkeer opwekte. Het zou voor de democratie beter zijn als burgers uit interesse zouden stemmen in plaats van uit dwang en/of onverschilligheid. Het was de taak van politici om dit enthousiasme bij de burgers op te wekken en het te motiveren om te gaan stemmen. Deze overwegingen hebben ertoe geleid dat het kabinet-De Jong (1967-1971) besloot om de opkomstplicht af te schaffen.

De gevolgen van de afschaffing van de opkomstplicht zijn goed te zien: in veertig jaar tijd is het opkomstpercentage met bijna veertig procentpunten gedaald. Zo schreef ik een aantal blogs geleden nog dat de verkiezingen voor de gemeenteraad de op-één-na populairste verkiezingen in Nederland zijn. Moet je dus nagaan hoe impopulair andere verkiezingen zijn.

Mijn persoonlijke verwachting was dat de opkomst dit jaar wat hoger zou uitvallen dan voorgaande jaren. Ik ging er van uit dat de deelname van de PVV in Den Haag en Almere flink wat extra kiezers zou aantrekken. Mijn veronderstelling was dat cynische, wantrouwende kiezers nu wel zouden gaan stemmen omdat de PVV meedeed. Tegelijkertijd verwachtte ik dat kiezers die niets van Geert Wilders en zijn gedachtegoed moeten hebben ook massaal zouden gaan stemmen om zo een tegenwicht te bieden. De opkomst in Almere lag wel boven het landelijk gemiddelde (58,8%) maar in Den Haag kwam minder dan de helft van de kiezers opdagen bij de stembureaus (49,4%). Ook in andere gemeenten deden partijen mee die zich tegen de gevestigde orde profileren: Trots op Nederland (TON) en Leefbaar Rotterdam van Marco Pastors. Ook deze partijen hebben flinke winsten weten te behalen. Daarnaast vermoedde ik dat de lokale partijen - ook wel de lokalo's genoemd - flink zouden profiteren van de kabinetscrisis. Dat laatste is inderdaad gebeurd.

Mijn voorspelling is dus niet uitgekomen. Politicologie en politieke wetenschappen zijn, net als zo veel andere gamma-wetenschappen, in feite gedragswetenschappen. En het fenomeen gedrag laat zich niet zo gemakkelijk in een of andere theoretisch model stoppen. Dit in tegenstelling tot de beta-wetenschappen. In deze wetenschappelijke tak is het eenvoudig om experimenten te houden, verbanden aan te tonen en harde conclusies te trekken. Dat is in de gedragswetenschappen helaas niet mogelijk: je kunt niet 'democratie' in geconditioneerde omstandigheden plaatsen en deze vervolgens empirisch observeren. Bij de exacte wetenschappen gaat dat wel: je kunt heel eenvoudig nagaan wat er met stofje-X gebeurt als je een bepaalde hoeveelheid van stofje-Y toevoegt. Waar je je ook ter wereld begeeft, als je spreekt over ampère, joules, kCal, volt, ohm en ga zo maar door, weet iedereen onmiddellijk wat je bedoelt. Dat komt omdat deze eenheden internationaal gestandaardiseerd zijn en dus overal dezelfde betekenis hebben.

Voor sociale verschijnselen zoals democratie, participatie en burgerzin geldt dat er verschillende invulling aan wordt gegeven die niet alleen per regio, maar ook nog eens per tijdsperiode kunnen verschillen. In vrijwel alle landen wordt een andere invulling gegeven aan democratie. In het gedachtegoed van de liberale staatsman Thorbecke stond democratie hoog in het vaandel, maar hij gaf er een hele andere betekenis aan dan wij vandaag de dag doen. Hij pleitte voor een zekere mate van afstand tussen kiezers en gekozenen, omdat de gekozenen in alle onafhankelijkheid hun taak als volksvertegenwoordiger moesten kunnen uitoefenen ('zonder last en ruggespraak'). Tegenwoordig hoor je politici en commentatoren hun zorgen uitspreken over wat de kloof tussen de politiek en de samenleving wordt genoemd. Terwijl parlementariërs zich volgens Thorbecke zo min mogelijk moesten laten leiden door 'de grillen van het volk', wordt vandaag de dag gesuggereerd dat politici meer en beter moeten luisteren naar de noden en wensen voor het volk. Ten slotte bestaat er ook nog een discrepantie in de belevingswereld van wat politiek nou precies behelst. Als je het woord "democratie" hoort zal de een bijv. denken aan allerlei politieke instituties en hun bevoegdheden terwijl de ander dit associeert met allerlei burgervrijheden. Oftewel, ieder geeft er een andere associatieve betekenis aan. In de politieke literatuur wordt ook wel gesproken over essentially contested concepts. Wat politiek precies inhoudt ligt nooit definitief vast, maar er wordt invulling aan gegeven door middel van debat en discussie over de vraag wat het zou moeten behelzen.

Ter afsluiting het volgende. De opkomst laat maar weer eens zien hoe onvoorspelbaar de politiek is. En dat maakt het tegelijkertijd zo ongelooflijk boeiend en interessant. Dat verklaart mijn voorliefde politiek en is de reden waarom ik politicologie ben gaan studeren. En ook waarom ik deze weblog schrijf en bijhoud.

De volgende keer zal ik mijn gedachtespinsels loslaten over de betekenis van de uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen.




{ Vorige Pagina } { Page 1 van 2 } { Volgende Pagina }

Profiel

Home
Mijn Profiel
Archief
Vrienden
Mijn Foto Album

Links

Mijn Youtube-account
Space van Wille
Website van Huub
Asten
Radboud Universiteit Nijmegen

Categorieën


Recente Artikelen

Nieuwe blog
Snel ff'tjes een nieuwe blog
Kiezersbedrog: de eerste politieke draai van de PVV
Het politieke circus nadert zijn einde
Het 'sociale' gezicht van de SP (deel 3)
Het 'sociale' gezicht van de SP (deel 2)
Het 'sociale' gezicht van de SP (deel 1)
Crisis in de politiek?
Verkiezingskoorts
Jack the Cheat en andere overspelige politici

Vrienden




Eenpunt - Startpagina - Kliniek - Huurwoning